|
5.
Wat is een
hond?
5.1 Honden
denken niet als
mensen
Wij mensen hebben de neiging om hondengedrag op
een menselijke manier te interpreteren. We
zullen vaak menselijke sociale emoties
toekennen aan onze hond. Maar honden zijn geen
mensen en ze denken en voelen niet als
mensen.
Honden hebben gedachten en gevoelens. Ze kunnen
gevoelens als angst, lust, aarzeling,
nieuwsgierigheid en woede ervaren en misschien
zelfs tevredenheid.
Ze zijn zich ook bewust van mensen en ze
reageren op mensen. Ze zijn zelfs uiterst
gevoelig voor het gedrag van mensen. Maar dit
betekent niet automatisch dat een hond begrijpt
dat mensen ook gedachten en gevoelens hebben.
Honden kunnen namelijk absoluut niet nadenken
over hun gedachten. Het indenken
dat mensen
denken of wat mensen
denken kunnen honden
niet.
Honden kunnen geen emoties ervaren waarvoor je
je de gevoelens of gedachten van anderen moet
voorstellen. Honden kunnen daarom geen
gevoelens hebben zoals bijvoorbeeld
bezorgdheid, jaloezie, schuld, schaamte, trouw,
medelijden of empathie. Hieronder twee
voorbeelden:
Een hond gaat altijd in een bepaalde
houding bij de deur staan als ze naar
buiten moet of wil. Het is verleidelijk om
te denken dat ze begrepen heeft dat dit een
manier is om met ons te communiceren, dat
ze de bedoeling heeft om ons op haar
verlangens te attenderen.
Maar het feit dat ze op precies dezelfde
manier bij de deur gaat staan als er
niemand is die het kan zien, geeft aan dat
ze niet begrijpt dat we andere wezens zijn
met eigen gedachten en schijnt ze geen idee
te hebben van wat we weten of niet
weten.
Jonge hondjes die gescheiden worden van hun
moeder laten een opvallend, hoge
verlatingsroep horen. Als de moeder dit
hoort, rent ze erop af, pakt de pup op en
brengt hem in haar bek terug naar het
nest.
Wij denken onmiddellijk dat dit een teken
is van bezorgdheid of beschermingsdrang.
Het verbazingwekkende is echter dat als je
de verlatingsroep opneemt op een bandje, de
cassetterecorder buiten het nest zet en het
bandje afspeelt, de moeder precies
hetzelfde zal reageren: ze rent erop af,
pakt de cassetterecorder en brengt deze
naar het nest.
Hoe komt het dan dat het vaak lijkt alsof
honden gevoelens van schaamte, schuld en
jaloezie hebben?
Dit heeft alles te maken met instinct en het
sociale gedrag van honden. Hieronder nog even
twee voorbeelden en in het volgende
hoofdstukken vertellen we verder over de
wolven, oerinstincten en de sociale structuur
en rangorde bij
honden.
Een hond die heel blij naar zijn baas komt
als die in een goed humeur is en
voorzichtig naar hem toe kruipt als zijn
baas in een slechte stemming is, lijkt
ongetwijfeld op een hond die stemmingen
aanvoelt. Deze hond reageert echter alleen
maar zoals honden altijd doen op de
aanmoedigende of vijandige toon en
lichaamstaal van een sociaal meerdere.
De baas komt thuis, ziet dat de hond de
krant heeft verscheurd en wordt boos op
hem. De hond reageert door zijn kop te
laten hangen of kruipt naar zijn baas toe,
of rent de deur uit. Wij zien dat vaak als
een bewijs dat de hond begrijpt dat hij een
regel heeft overtreden en is betrapt.
De hond begrijpt echter niet dat hij straf
krijgt omdat hij een krant verscheurd
heeft. Want hij weet niet meer dat hij dat
gedaan heeft. Zelfs 3 seconden nadat hij de
krant verscheurd heeft, kan hij al niet
meer het verband leggen met een straf. De
hond gedraagt zich echter onderdanig en
probeert zo het boze gedrag van zijn baas
te verminderen.
De hond kan waarschijnlijk na een aantal
keer straffen wel het verband leggen tussen
een stukke krant en straf van de baas. Dus
gaat hij als de baas thuis komt meteen over
tot onderwerpingsgedrag om de baas te
sussen. Als je deze hond in een ruimte
brengt waar iemand anders een krant heeft
verscheurd, dan zal de hond bij thuiskomst
van de baas hetzelfde onderwerpingsgedrag
vertonen.
5.2 Leven
in het hier en nu
Honden leven in het hier en het nu en kunnen
zich het verleden niet herinneren. Ze kijken
niet terug naar wat ze hebben meegemaakt. Onze
honden uit buitenlandse asiels moeten wennen
aan hun nieuwe situatie en misschien
lichamelijk bijkomen van wat ze in het
buitenland hebben meegemaakt, maar je hond is
niet zielig nu hij hier in Nederland is. Hij
weet zijn verleden al niet meer en hij leeft
verder daar waar hij nu is, met zijn nieuwe
regels en in zijn nieuwe
gezin.
Het kan wel zo zijn dat een hond in het
verleden dingen heeft meegemaakt, waardoor hij
(bepaalde) mensen of situaties associeert met
iets uit het verleden. Het feit dat hij
mishandeld is kan een aanleiding zijn om geen
mensen meer te vertrouwen of bang te zijn voor
stokken. Want hij heeft geleerd dat mensen en
stokken een voorbode kunnen zijn van pijn. Maar
zo lang hij nu geen mensen of stokken ziet
denkt hij daar ook niet aan.
Een deel van hoofdstuk 6.1 en 6.2 is gebaseerd
op tekst uit het boek: De waarheid over honden,
van Stephen
Budiansky.
5.3 Hoe
honden leren
Veel van wat wij als probleemgedrag beschouwen
is vaak normaal hondengedrag. Veel van de
gedragingen van een hond zijn, alhoewel voor
ons compleet onacceptabel, gewoon dingen die
honden doen.
Andere dingen waarvan wij willen dat de hond
die doet, daar ziet de hond totaal de noodzaak
niet van in. Het levert hem niets op, dus
waarom zou hij het gaan doen. Dit gedrag zul je
hem dus moeten aanleren op een manier dat het
voor je hond iets positiefs
oplevert.
Als we op een juiste manier honden willen
opvoeden en trainen, dan zullen we ons moeten
verdiepen in hoe een hond leert. Een deel van
de tekst uit dit hoofdstuk is gebaseerd op
informatie van de website www.doghouserock.nl.
Leren door verbanden te
leggen
Bijna al het gedrag dat een hond vertoont komt
voort uit leerervaringen.
Voor een groot deel leert een hond via het
leggen van verbanden tussen dingen die tegelijk
gebeuren.
Deze vorm van leren is voor onze omgang met de
hond het belangrijkst.
Even gelijk een paar
voorbeelden:
Een border collie komt rennend door een
openstaand hek in botsing met een andere
hond. Het was een ongeluk, maar de hond
ging daarna nooit meer door dat hek wanneer
die bepaalde hond in de buurt
was.
Een hond die regelmatig iets toegeschoven
wordt tijdens de maaltijd zal gaan bedelen
als mensen aan het eten zijn.
Maar een hond gaat ook op commando zitten
omdat hij een brokje kan
verwachten.
De situatie, plaats, sfeer en dergelijke zijn
ook belangrijk voor het leergedrag van de hond.
Als een hond bepaalde commando’s op het
trainingsveld goed beheerst, wil dat niet
zeggen dat hij ze in een andere omgeving ook
goed uitvoert.
Een hond die in de huiskamer weet wat het
commando zit betekent, weet niet meteen dat er
bij het woordje zit op straat hetzelfde van hem
wordt verlangd. De situatie is anders, je
manier van praten is anders en je
lichaamshouding is anders dan in de woonkamer.
Dus zul je op straat weer opnieuw moeten
beginnen met het aanleren van het commando
zit.
Een hond leert dus van een herhaling van
bepaalde handelingen in bepaalde situaties met
telkens hetzelfde gevolg.
De kracht van belonen
Het gedrag van een hond kun je heel goed
beïnvloeden met een beloning. Als je hond doet
wat jij wilt, dan beloon je hem zodat hij dat
gedrag zal willen herhalen.
Belonen kun je bijvoorbeeld met een voertje of
een spelletje. Hoe leuker de hond je beloning
vindt, hoe sneller hij leert te doen wat jij
wilt en hoe gretiger hij het zal
doen.
Het is mogelijk dat je hond een bepaald gedrag
al herhaalt, terwijl het slechts één keer
beloond is. Ook bij mensen geldt dit. Als je op
een dag in een vuilnisbak een briefje van 100
euro vindt, dan zul je nog weken daarna toch
minstens even naar de plek gluren waar je het
briefje vond. Ook al weet je dat de kans heel
klein is dat je op die plek opnieuw zoveel geld
vindt.
Het moeilijkst af te leren is gedrag dat zelden
wordt beloond, maar waarvoor de beloning, àls
deze dan eindelijk bemachtigd wordt, heel groot
is. Dat is ook een van de geheimen van de
aantrekkingskracht van gokautomaten. Èn de
reden dat veel honden bedelen aan
tafel.
Een voorbeeld: Je hebt een aansteker en die
doet het na drie keer proberen. De volgende
keer dat je de aansteker pakt doet hij het
niet, maar je hebt geen zin om naar de
prullenbak te lopen en je laat hem dus liggen.
Daarna ben je vergeten dat hij het niet deed en
probeer je hem weer. Nu doet hij het in 1 keer.
Je legt hem dus weer bij je en de volgende keer
doet hij het na 3 keer, daarna weer na 1 keer
en dan doet hij het 5 keer niet. Je wordt
gefrustreerd, loopt naar de prullenbak en
intussen probeer je het nog een keer en kijk
hij brandt. Je zal nu de volgende keer geneigd
zijn om tot 10 keer proberen door te gaan en
doet hij het dan na 9 keer dan zul je de keer
erop geneigd zijn tot 15 keer door te gaan. Zo
werkt het ook in het gedrag van de
hond.
Beloning is dus een heel machtig middel, als je
het maar in jouw voordeel weet te
gebruiken.
Het moment van
belonen
Het moment van beloning is zeer belangrijk. Je
hond moet namelijk een verband kunnen leggen
tussen zijn gedrag en de beloning. Als de
beloning vóór het gedrag komt, of vijf minuten
erna, dan zal de hond nooit een verband
zien.
Als je bijvoorbeeld bij het aanleren van de zit
pas 5 seconden nà het moment waarop je hond
ging zitten de beloning geeft, dan is je hond
inmiddels al opgestaan, heeft hij ergens aan
gesnuffeld, naar andere honden gekeken en tot
slot een bijtje nagejaagd. Je hebt dan dus niet
het zitten beloond, maar het najagen van het
bijtje.
Het moment van belonen kun je vergelijken
met het nemen van een foto. Als je een
bepaald gedrag wilt fotograferen, druk je
niet voor, niet na, maar precies tijdens
het gedrag af. Goed timen van je beloning
is de enige manier waarop je je hond kunt
vertellen wat je van hem wilt, welk gedrag
je graag wilt terug zien.
Het is erg handig om je hond een signaaltje te
leren waarmee je hem vertelt: "Wat je nù doet
is goed en daarvoor krijg je een beloning". Het
signaal kan van alles zijn. Bijvoorbeeld een
woordje of een bepaald geluid. Voor de meest
duidelijke communicatie met je hond moet het
signaal het liefst kort zijn. En het moet een
signaal zijn dat je hond goed zal opvallen
omdat hij het niet vaak hoort. Bijvoorbeeld de
klik van de clicker of een engels woordje
(bijvoorbeeld: good! of fling!) Het aanleren
gebeurt heel eenvoudig door het signaal (click,
woordje) steeds binnen 3 tot 5 seconden te
laten volgen door een beloning. Binnen 5 tot 10
herhalingen heeft je hond dit signaal leren
herkennen.
Als je je hond vervolgens wilt belonen, dan
geef je op precies het juiste moment het
signaal (click of woordje) en daarna geef je
hem binnen 3 tot 5 seconden een beloning
(bijvoorbeeld een voertje of
spelletje).
Hierboven hebben we verteld dat gedrag dat het
moeilijkst af te leren is, gedrag is dat zelden
wordt beloond. Dat kun je natuurlijk ook in je
voordeel gebruiken. Als je gedrag aan het
aanleren bent, dan beloon je elke keer als je
hond het goed doet. Als hij het gewenste gedrag
eenmaal weet, dan ga je over op af en toe
belonen (dat heet interval belonen) met een
voor jouw hond grote beloning. Dus iets erg
lekkers of een leuk spelletje. Op die manier
zorg je ervoor dat je hond het gewenste gedrag
ook blijft vertonen.
Want voor je hond is het dan de grote vraag of
hij deze keer dat hij het juiste gedrag
vertoont de felbegeerde beloning zal krijgen.
Je moet wel zijn hele leven af en toe blijven
belonen, want anders zal het gedrag weer
uitdoven. Daarover staat hieronder
meer.
Gedrag afleren
Een eerste
manier om je hond iets af te leren, is ervoor
te zorgen dat het gedrag niet meer beloond
wordt.
Een voorbeeld:
Een hond jankt om aandacht. De baas
reageerde hier altijd op. Soms meteen, soms
iets later, soms vriendelijk, soms boos.
Dan reageert de baas een keertje helemaal
niet. De hond zal dan in eerste instantie
steeds harder gaan janken, omdat dat in het
verleden meestal alsnog de gewenste
aandacht van de baas opleverde. De hond zal
dit ook enige tijd volhouden en zelfs gaan
blaffen, want de baas reageerde in het
verleden ook niet altijd meteen. Maar op
een gegeven moment houdt het gedrag toch
op, meestal na een laatste, ergste
verheviging van zijn ongewenste gedrag. De
eerstvolgende keer zal de hond het weer
proberen, maar zal hij iets minder lang
aanhouden. En zo verder, totdat de hond het
tenslotte helemaal opgeeft. Dit is het
uitsterven of uitdoven van
gedrag.
Bij deze methode schuilt een addertje onder het
gras. Als de baas namelijk niet volhoudt en
toch een keer aandacht schenkt aan het gejank,
dan zal de hond het de volgende keer nòg
hardnekkiger volhouden. Hij heeft nu namelijk
geleerd dat de aanhouder wint! Het is dus
belangrijk om als baas heel consequent te zijn
en door te zetten.
Als de baas denkt dat hij het ‘niet reageren’
niet vol kan houden, dan kan hij op het moment
dat de hond begint direct de kamer uit te
lopen. Het doel van de hond was aandacht en
vertrek van de baas betekent einde van de
mogelijkheid tot aandacht. Het gedrag van de
hond heeft geen succes en
stopt.
Een tweede
manier om een gedrag af te leren is de
afwezigheid van het gedrag te belonen, terwijl
je het gedrag zelf
negeert.
Dit werkt iets sneller dan de vorige methode,
omdat je de hond een duidelijk alternatief
gedrag biedt dat direct iets oplevert.
Voorbeeld:
Als een hond tegen je opspringt, negeer je
hem terwijl hij springt (waardoor dit
gedrag "uitsterft") en beloon je hem zodra
hij vier poten op de grond heeft. De eerste
tijd beloon je hem geregeld als hij vier
poten op de grond houdt. Vervolgens bouw je
de beloningsfrequentie rustig
af.
Een derde
veelgebruikte manier is het aanleren van een
gedrag dat de hond onmogelijk kan combineren
met het ongewenste gedrag.
Voorbeeld:
Een hond kan niet tegelijkertijd in de mand
liggen tijdens het eten en aan tafel zitten
bedelen. Een hond kan ook niet tegelijk
tegen iemand opspringen en zitten of
liggen.
Het bedenken van een dergelijk zogeheten
'onverenigbaar gedrag' vraagt soms wat moeite,
maar het is vaak een uitstekende manier om
ongewenst gedrag af te
leren.
Onderstaand stukje waarin wordt verteld dat
honden egoïsten zijn, kwam ik tegen op
internet. Het geeft zo leuk en duidelijk aan
hoe de relatie tussen hond en baas in elkaar
zit dat we het hier willen
vermelden.
Honden zijn egoïsten...
Dat is op zich helemaal niet negatief. Het
zijn misschien wel de meest beminnelijke
egoïsten die wij kennen. Bovendien zijn ze
uiterst vriendelijk en in de regel
vermijden ze liever conflicten. Maar je
moet er wel van doordrongen zijn: honden
doen en herhalen datgene dat voor hen
loont, en zij laten dat wat geen succes
oplevert.
Honden zijn op hun eigen voordeel uit en
pakken dat wat ze kunnen. Hierbij is geen
enkele sprake van kwade wil. Ze verschillen
hierbij geenszins van enig ander levend
wezen – inclusief de mens!
Maar wees niet bang. Wij zijn niet willoos
aan hun doen en laten overgeleverd.
Feitelijk geldt het omgekeerde. Want
uiteindelijk hebben WIJ alles in de hand
wat onze hond interesseert.
Wij beschikken over alles wat zij nodig
hebben: voer, aandacht, een dak boven het
hoofd, veiligheid en zekerheid. Dit beheren
wij allemaal. Men noemt dit 'controle over
de bronnen'. Deze 'bronnen' kunnen wij
nuttig gebruiken.
Wij gebruiken ze als ruilmiddel om de hond
ertoe te brengen met ons samen te werken.
"Als jij doet wat IK wil, dan krijg jij wat
JIJ wilt". Als wij de
regels hiervoor bepalen, werkt onze hond
graag met ons mee.
Feitelijk is de hond op zijn eigen voordeel
uit – en daarbij kan hij op geen enkele
manier om ons heen. Eigenlijk heel erg
eenvoudig, toch?
... en honden zijn geheel aan ons
overgeleverd!
Daarbij moeten wij één ding niet vergeten.
Juist omdàt wij controle over alle bronnen
hebben en daarmee de beschikking hebben
over alles wat in een hondenleven
belangrijk is, dragen wij een enorme
verantwoordelijkheid voor alles wat er in
het leven van de hond gebeurt.
Wij zijn het onze hond verschuldigd om
bewust en verantwoordelijk met hem om te
gaan. Wij bepalen het hele leven van onze
hond. Daarmee zijn wij hem verplicht om ons
diepgaand bezig te houden met zijn
gezondheid en zijn natuurlijke behoeften.
5.4 De sociale structuur bij
honden.
Wolven
In de natuur zijn wolvenroedels families die
bestaan uit de wolvenouders en kinderen van
verschillende leeftijden. Wolvenroedels zijn
echte families. De wolf en wolvin hebben de
leiding, maar zijn geen strenge gezagdragers
die hun rang ten opzichte van de concurrenten
moeten verdedigen. Het zijn liefhebbende en
zorgzame ouders. De wolven in de roedel leven
erg vreedzaam samen.
Als een wolf zich aan een ander onderwerpt, dan
doet hij dit geheel vrijwillig. Onderwerping
wordt binnen de wolvenroedel niet afgedwongen.
Vrijwillige onderwerpingsgebaren bevorderen een
vriendelijke omgang met elkaar. Meestal wordt
daarbij de bek van het andere dier afgelikt.
Een wolf kan zich ook op zijn zij of rug
draaien, waardoor een andere wolf aan de
genitaliën of de liesstreek kan
snuffelen.
Wolven zijn meesters in het oplossen van
conflicten. Ze vermijden aanvaringen zoveel
mogelijk. Alleen bij hoge uitzondering komen
ernstige gevechten voor. Geen enkele
wolvenleider kan zijn beschermelingen ergens
toe dwingen. Samenwerking gebeurt vrijwillig,
"gehoorzaamheid" speelt in een wolvenroedel
geen enkele rol.
Als je samenleeft met een hond, dan is het
belangrijk om het volgende in je achterhoofd te
houden:
·
In de roedel bestaat geen heftig verdedigde en
bevochten rangorde, maar een familiestructuur.
·
De roedelleiders zijn de ouders en zijn
tolerant, vriendelijk en zorgzaam voor hun
beschermelingen.
·
Hun voornaamste taak is het hun roedel is
veiligheid te bieden en ervoor te zorgen dat
het de roedelleden goed gaat.
·
De roedelleiders zijn waardige, soevereine
heersers. Ze zullen nooit op een onberekenbare
manier geweld gebruiken. En ze zullen nooit een
roedellid bedreigen.
·
Alleen bij hoge uitzondering komt het tot
lijfelijke conflicten. Als een wolf een ander
aanvalt, dan gaat het meestal om leven en dood.
Onderwerpingsgebaren worden in de dagelijkse
omgang met elkaar vrijwillig getoond en nooit
afgedwongen.
·
"Gehoorzaamheid" speelt binnen wolvenroedels
geen enkele rol.
Honden
Het kleine verschil tussen honden en wolven is
ongeveer net zo groot als het verschil tussen
mensen en apen. De wolf is een verre neef van
de hond. Het gedrag en het uiterlijk van de
wolf weerspiegelen zijn aanpassing aan de
natuur, dat van de hond zijn aanpassing aan
zijn gedomesticeerde leven. De hond en de wolf
zijn aangepast aan twee verschillende niches en
zijn daarmee twee zeer verschillende dieren.
Een wezenlijk verschil tussen honden en wolven
is dat de voorouders van onze huishonden niet
in roedels leefden. Het waren weliswaar
sociale, maar tegelijkertijd ook halfsolitaire
dieren.
Roedelverbanden zijn voor onze honden helemaal
niet zo belangrijk. Het zijn sociale wezens en
zij kunnen in groepen samenleven. Maar vanuit
hun ontstaansgeschiedenis zijn zij
geprogrammeerd om op de vuilnisbelten van de
mens te wachten tot hun eten zich aandient. En
daarbij dienen ze alleen hun eigen belang.
Honden zijn wel verwant aan de wolf, maar het
zijn geen wolven en ze denken dan ook
anders.
Alles wat we moeten doen als eigenaar is de
verantwoordelijkheid nemen om onze hond te
begeleiden en zijn gedrag te vormen en te
beïnvloeden door goede socialisatie en
training. Dan zal je hond in harmonie met je
kunnen samenleven.
Dit hoofdstuk is gebaseerd op enkele artikelen
over diverse onderzoeken, die onder andere te
vinden via deze link:
http://www.kc-delft.nl/artikel/dominanz1.html.
|