|
Waarom niet wat
minder?
We worden ermee overvoerd: laat het vlees staan en red de planeet! Vlees eten is
het nieuwe roken - voor losers.
Onlangs ontvingen ouders in Gent een brief. ‘Een dagje geen vlees of vis is gezond
voor uw kind’, schreven twee wethouders aan alle pappa’s en mamma’s van de stadsscholen en
kinderopvang. ‘Een dagje veggie is ook gezond voor onze planeet. Veeteelt is een van de
topdrie-oorzaken van elk milieuprobleem (opwarming van de aarde, ontbossing, watervervuiling,
verzuring...).’
Ja, zover zijn we al. In elk geval in de als vooruitstrevend te boek staande stad
Gent. Sinds oktober krijgen alle kinderen er op donderdag alleen nog maar vegetarische maaltijden.
En dat niet alleen: ‘Als uw kind niet warm eet op school, kunt u hem of haar uiteraard boterhammen
met vegetarisch beleg meegeven. Doe dit met kaas, groentensla, champignonsla, vegetarische worst of
zelfs een keertje confituur of notenpasta.’
Kippenknaller
De succesvolle campagne ‘Kip, het meest
veelzijdige stukje vlees’ wordt betaald door de Nederlandse
pluimveeslachterijen.
Voor de helft. De andere helft, 3 miljoen euro, komt van de EU. Dus van u en mij. Toen
kon het nog.
De aanvraag is eind 2006 ingediend, de subsidie toegekend voor de jaren 2008 en
2009.
Het lijkt onmogelijk dat de EU dat nog eens doet. |
Gent loopt voorop, maar staat niet alleen
in de steeds dwingender wordende aanbeveling minder vlees te eten. Of liever: vegetarisch te leven.
Paul McCartney leidt een internationale campagne voor Meat Free Monday. Er verschijnen pamfletten
van gevierde romanschrijvers (Dieren Eten, van Jonathan Safran Foer) en kinderboeken van
tv-presentatrices (Krachtvoer –
waarom Klaas geen vlees eet, van Antoinette Hertsenberg). Autoriteiten als de Verenigde
Naties en in eigen land het Planbureau voor de Leefomgeving sporen mensen aan hun vlees te laten
staan.
Zelfs het toekomstige staatshoofd, Prins Willem-Alexander, begon er voorzichtig over toen hij in
New York een commissie van de VN toesprak: ‘Voor de productie van één kilo tarwe is ongeveer
duizend liter water nodig, maar voor de productie van één kilo rundvlees zestien keer
zoveel.’
Een heel leger
De publieke opinie over vlees eten is aan het veranderen, en de laatste maanden gaat
het oerend hard. Principiële vegetariërs zijn er altijd geweest, mensen met gezondheidsoverwegingen
sloten zich aan, sinds enkele jaren telt het lot van koeien, varkens en kippen heus mee, en nu is
daar ook nog het klimaat. Een kleine voorhoede van ‘vleesverlaters’ lijkt uit te groeien tot een
heel leger.
Dat heeft in de politiek al zijn effect. Hoe lang geleden is het nog maar dat een accijns op
vlees (de vleestax) volkomen onbespreekbaar was? Nog geen jaar. Maar in september zegde premier
Balkenende opeens toe dat een van zijn crisiswerkgroepen de invoering van een vleestax zou gaan
bestuderen. De belofte kreeg weinig aandacht, omdat er rond Prinsjesdag zoveel andere dingen
speelden, maar zelfs initiatiefnemer Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren was verrast. Haar
motie hoefde niet eens in stemming te worden gebracht. Balkenende nam het voorstel direct over.
|
Presentatrice Antoinette Hertsenberg van het
Tros-programma Radar lanceerde samen met een Amerikaanse culinair journalist de
website
www.devegetarier.nl
Ze willen met de website mensen de mogelijkheid bieden lekker te eten, terwijl ze
toch de dierlijke eiwitten laten staan.
Vegetariër Hertsenberg en de Amerikaanse
journalist Mark Bittman, die zichzelf ‘less-meatarian’ noemt, zijn er beiden van
overtuigd dat de consumptie van dierlijk eiwit omlaag moet om zo onder meer
klimaatschade en vernietiging van de natuur te beperken.
Op de website zijn duizenden
recepten te vinden, maar wordt ook het nieuws uit ‘vegetariërsland’ vermeld. De
twee initiatiefnemers komen ook elk met een nieuw receptenboek.
|
Zou het misschien ook komen doordat
de minister-president steeds vaker
collega-wereldleiders ontmoet die vegetarisch zijn? Barack Obama maakt
er geen geheim van dat hij bewust
omgaat met zijn voeding. Zijn eerste staatsbanket, vorige week, was bijna volledig vegetarisch,
vooral omdat de Indiase premier Singh (een hindoe) op bezoek kwam. Singh is vegetarisch.
Evenals de Russische president Medvedev. En dichter bij Balkenende: Wouter Bos.
Het is een privéaangelegenheid. Maar
hoe lang nog?
Vlees eten lijkt het nieuwe roken te worden. Omstanders ondervinden weliswaar geen directe
hinder, indirect benadeelt de vleeseter de hele wereld. Eenvijfde van de broeikasgassen komt
van de vleesindustrie (koeien stoten veel methaan uit) en misschien wel belangrijker: de productie
van vlees is
erg inefficiënt. Om een kilo vlees te kweken moet een dier zeker vijf kilo
soja of granen eten (een kip is
efficiënter dan een varken). Kunnen wij die soja of granen niet beter zelf opeten, in plaats van
via de dieren? Bedenk dat
er vorig jaar al een voedselcrisis was, de wereldbevolking snel oploopt en bossen moeten wijken
voor de soja- of graanvelden.
Of misschien is vlees eten beter te vergelijken met een glaasje drinken en dan achter het stuur
kruipen. Dat is althans wat de Britse econoom lord
Nicolas Stern onlangs deed in The Times. Hij is bekend van het alarmerende Stern-rapport over
klimaatverandering en zei: ‘Ik ben nu 61 en de houding jegens drinken en autorijden is sinds mijn
studententijd radicaal veranderd. Mensen veranderen hun opvatting over wat verantwoord is. Ze
zullen in toenemende mate vragen stellen over de CO2-uitstoot van hun eten.’ De scherpe kop boven
het interview werd hem niet door iedereen in dank afgenomen: ‘Stop met vlees om de planeet te
redden’.
Al met al kun je de indruk krijgen dat de vleesindustrie op haar laatste benen loopt. Maar
het omgekeerde is het geval. In ontwikkelingslanden schuift de welvaart op naar westers niveau –
denk China – met als bijna automatisch gevolg dat meer inwoners meer vlees eten. En om het tot
Nederland te beperken: ook hier is de vleesconsumptie recent gestegen in plaats van gedaald.
De eerste negen maanden van 2009 aten we thuis 3 procent meer ‘rood vlees’ (vooral varken, een
beetje rund) en zelfs 8 procent meer kip dan in dezelfde maanden vorig jaar. Dat blijkt uit de
gegevens van zesduizend huishoudens die onderzoeksbureau GFK volgt.
Misdadig goedkoop
Vlees eten het nieuwe roken? We steken er alleen maar meer op.
Daar is een makkelijke verklaring voor, zegt René van den Cruijsem, commercieel directeur
Nederland voor Alpro Soya, een van de belangrijkste producenten van vleesvervangers. ‘Er is een
prijzenoorlog gaande in de supermarkten en rollades, hamburgers en kipfilet zijn nu eenmaal traffic
builders.’ De vleesbedrijven, vertegenwoordigd in de productschappen Vee, Vlees en Eieren, zeggen
hetzelfde: ‘De laatste zeven jaar zijn de prijzen voor vlees in de supermarkt niet zo laag geweest
als nu'.

Meer dan de helft van alle vleesverkoop verloopt via supermarkten. En wat doe je als je kunt
kiezen tussen een kilo schaarser wordende vis (laten we kabeljauw nemen) voor zeventien euro, een
kilo vleesvervanger voor elf, of een kilo gehakt of kipfilet voor vijf euro? Sommige vriezers
moeten de afgelopen maanden ongekend vol zijn geladen met goedkoop vlees. ‘Misdadig goedkoop’, zegt
Van den Cruijsem, niet helemaal vrij van eigenbelang.
Maar de kleine opleving van vleesconsumptie terzijde: over een langere periode bezien eten we,
heel langzaamaan, steeds minder vlees. De economische teruggang en de prijzenoorlog van dit jaar
hebben die neergaande beweging even teruggekaatst. Los daarvan is er vanaf 1995, toen we per hoofd
van de bevolking 87,5 kilo vlees tot ons namen (en niet eens de helft zelf opaten, want zo gaat
dat, meer dan de helft wordt diervoeding, snijden we weg of verdwijnt in de afvalbak), een kleine
drie kilo vanaf gegaan tot begin dit jaar. Opmerkelijk is dat we iets minder varken en koe zijn
gaan eten, maar de consumptie van kip is gestegen. Kip is makkelijk en goedkoop. En de campagne
‘Kip, het meest veelzijdige stukje vlees’ slaat aan. Die wordt voor de helft betaald door de
Europese Unie. Hoe lang nog, als andere autoriteiten ons juist oproepen minder kip te eten en er
straks misschien een tax op rust?
|

|
Hoeveel vegetariërs Nederland telt, is onduidelijk. Er is een onderzoek van een jaar of vijf
geleden, verricht door een bureau dat niet meer bestaat, waaruit naar voren kwam dat het er
ongeveer zevenhonderdduizend zijn. Sindsdien leunt iedereen op dit getal.
Duidelijk is wel dat er steeds meer Nederlanders zijn die regelmatig een dagje vlees noch vis
eten. De parttime vegetariërs, of de ‘vleesverlaters’ zoals de pleitbezorgers van vegetarisme ze
liever noemen. Naar schatting zijn het drieënhalf miljoen mensen, maar dat is gebaseerd op enquêtes
waarin respondenten wordt gevraagd wat ze doen, niet op verkoopcijfers. Zo zei vorig jaar tweederde
van de Nederlanders het een goed idee te vinden een dag per week geen vlees te eten
(onderzoeksbureau MarketResponse). Maar daarna steeg de vleesconsumptie. ‘Er is steeds meer kennis
over vlees, de houding van mensen erover verandert, maar er bestaat een enorm gat met het
werkelijke gedrag’, verklaart directeur van de Vegetariërsbond Vibeke Helder.
|

|
Van den Cruijsem van Alpro Soya
is zelf zo’n parttime vegetariër. ‘Wij eten thuis kip, kibbeling of chili sin carne, met
sojagehakt.
Als ik uit eten ga, bestel ik rustig vlees, liefst wel biologisch.’ Zo ongeveer moet een op de drie
huishoudens eten, heeft Alpro
Soya onderzocht. Dat wil zeggen: in eenderde van de Nederlandse keukens wordt gemiddeld acht keer
per jaar een vleesvervanger bereid. Eens per anderhalve
maand dus. Niet zo veel, op het oog, al is de markt voor vlees-vervangers de afgelopen tien jaar
wel verdubbeld.
De (parttime-)vegetariër voldoet aan het te verwachten profiel: hogeropgeleid en woonachtig in de
stad. Het zijn veel vaker vrouwen dan mannen. En belangrijker: ze zijn jong. ‘Het is voor een deel
een generatiekwestie. Wij verkopen veel in buurten waar studenten wonen’, zegt Van den Cruijsem.
‘Bij de jongeren is het idee van minder vlees eten veel meer geaard. Met alle aandacht die er nu
voor is, hebben we soms het gevoel dat we op een vulkaan zitten.’
Vleesloze maatschappij
Toch voorziet zelfs Alpro Soya geen vleesloze maatschappij. ‘Ik was laatst bij mijn
familie in de Achterhoek, op een zondag, en daar stonden drie soorten vlees op tafel. Sinds de
Tweede Wereldoorlog bestaat het idee: dan heb je het goed voor elkaar. Mensen houden van variatie,
en vlees zal daar onderdeel van blijven. Het kauwen, die bite, dat zit er ook al tienduizenden
jaren in. Vooral mannen willen dat niet kwijt. Wel zullen steeds meer mensen een of een paar dagen
per week geen vlees eten, verwachten wij. Maar we moeten bescheiden zijn. In Nederland is de omzet
aan vleesvervangers nu 65 miljoen euro, dat is nog altijd geen procent van de markt in
vleesproducten.’
Hans Dagevos, onderzoeker bij het Landbouw Economisch Instituut in Den Haag, noemt
een vleesloze samenleving eveneens ‘utopisch’. ‘Wij halen het vlees uit de hele wereld hier
naartoe. Er zit een enorme industrie achter. En een sterke cultuur: vlees als spil van de warme
maaltijd. Die dingen verdwijnen niet zomaar.’
Ook hem is de explosieve aandacht voor de schadelijke kanten van vlees opgevallen.
‘Er is duidelijk iets gaande, er broeit en groeit iets. Maar het is marginaal als we kijken naar de
supermarkten. Aanbieders van vleesvervangers concurreren zich kapot op een metertje schap, terwijl
de vleessector maar dumpt en dumpt.’
Volgens Dagevos ‘is de urgentie mega’, heeft de wetenschap de politiek daar inmiddels
aardig van overtuigd, maar blijft het voor de consument ‘een ver-van-mijn-bedshow’. Bij het LEI
doen ze uitgebreid onderzoek naar consumentengedrag. Als het gaat om voeding: de prijs telt, de
eigen gezondheid, daarna komt lange tijd niks, en dan is er een kleine groep die zich bekommert om
dierenwelzijn. Bij een minieme fractie spelen klimaat en milieu een rol.
|

|
Of het probleem is ‘mega’ of het is dat niet. Als het inderdaad mega is en de
consument ziet het niet, dan moet de overheid toch ingrijpen? Volgens Dagevos is de tijd daar nog
niet rijp voor. Hij komt met een derde vergelijking. Vlees eten is niet als roken noch als dronken
autorijden. Vlees eten is als tanken. ‘Een vleestax van een paar dubbeltjes zal niet helpen. Dat
zie je als de benzineprijs omhoog gaat: men blijft gewoon doorrijden. Je moet consumenten niet
alleen als prijspakkers benaderen, maar hen ook doordringen van het effect van vlees eten. Op die
boodschap wordt nu ook ingezet. En die vleestax zal er op den duur ook komen.’
Bron: www.depers.nl
Auteur: Marcel van Engelen
|