|
2.
Verwacht in het
begin nog
niets
2.1 De
aankomst - hoe het vaak
gaat
Als je adoptiehond in Nederland aankomt dan
heeft hij in korte tijd heel veel meegemaakt.
Hij is meestal kort van de voren bij een
dierenarts geweest voor de castratie of
sterilisatie, waarna hij één of meerdere
nachten heeft doorgebracht op een
opvangadres.
Op de dag van vertrek maakt hij een autorit
van soms vele uren naar het vliegveld, wordt
ingecheckt om dan naar een Nederlandse of
Belgische luchthaven te worden gevlogen. Daar
wordt hij dan door jou of door een
vertegenwoordiger van de desbetreffende
stichting opgehaald, waarna nog een autorit
volgt. Dat is meestal een verzameladres, maar
soms kun je adoptiehond ook direct meenemen
naar je eigen huis.
|

|
Thuis krijgt je hond een eigen bench, mand
of kleed. Je hond wordt geknuffeld en geaaid
door voor hem vreemde mensen, er wordt vrolijk
tegen hem gesproken. Logisch, want iedereen is
dolblij dat 'zijn' hondje eindelijk thuis
is.
Je kunt je voorstellen dat dit zeer ingrijpende
gebeurtenissen zijn voor een hond. Daarbij is
het leven in het asiel ook vaak zwaar voor de
hond geweest. Je hond heeft dan ook tijd nodig
om bij te komen, te herstellen en zich aan te
passen aan zijn nieuwe omgeving en aan jou. Dit
kan zeker wel een paar weken duren. Sommige
honden hebben zelfs nog nooit in een huis
gewoond.
2.2 Gun
je hond de tijd
Als je een pup neemt, dan groei je in het
geheel mee. Meestal ben je meteen verliefd op
zo’n klein, nog blanco beestje. Als je een al
wat oudere hond in huis krijgt, dan heb je ook
te maken met een al gevormd eigen karakter en
eigen streken. Je moet leren van deze hond te
houden en je moet leren hoe hij in elkaar
zit.
Bij een pup stop je vanaf dag 1 alles van
jezelf erin. De pup is helemaal afhankelijk van
jou. Jij bent zijn veilige haven en omdat het
nog een onbeschreven blad is neemt hij dat ook
zonder problemen aan. Een oudere hond die uit
een asiel komt heeft geleerd dat hij voor
zichzelf moet zorgen en in het ergste geval
heeft hij geleerd geen vertrouwen te hebben in
de mens.
Je moet bij een oudere hond dus langzaamaan
zijn vertrouwen gaan winnen. Een pup kun je
zien als een leeg vat. Daar gooi je zelf van
alles in en dat blijft hangen en op de bodem
liggen. Een pup is een vat met een brede
onderkant, een vaas. Hoe voller je hem stopt,
hoe stabieler hij gaat staan.
Bij een oudere hond is er datzelfde vat en dat
vat was al enigszins stabiel door wat hij er in
het buitenland in gestopt kreeg. Maar toen hij
naar Nederland kwam is dat vat voor de helft
leeggegooid. Daarnaast haal jij het leeg en
probeer je het te vullen met je eigen gewoonten
en regels.
Wat al in het vat zat gaat zich vermengen met
wat jij erbij stopt en jij roert continu in dat
vat. En wat gebeurt er met een vat waar je in
roert en wat niet stabiel staat? Dat gaat
schommelen. En dat schommelen voelt de hond
heel erg en hij probeert het vat weer stil te
krijgen door maar wat te doen en te kijken of
het werkt.
|

|
Hoe consequenter je in deze fase optreedt,
hoe betrouwbaarder jij wordt. Met andere
woorden: hoe stiller je het vat legt, hoe
rustiger de hond wordt. En als dan alles wat in
het vat zat toen hij hier kwam er uit is en jij
het vat hebt gevuld met je eigen gevoelens,
regels enzovoort, dan wordt dat vat op een
gegeven moment ook weer stil gelegd. Als hij
weet waar hij aan toe is en hij hoeft zich geen
zorgen meer te maken over jullie gezin en hij
erop kan vertrouwen dat jullie alles voor hem
regelen, dan heb je de hond die je graag wilt
hebben.
Gun je hond tijd, doe stapje voor stapje.
Neem nog een half jaar om alles op de rit te
krijgen. Geef hem vertrouwen door hem veel
dingen te laten doen die hij kan en hem
daarvoor complimentjes te geven. Neem eens de
tijd om uitgebreid te knuffelen. Laat hem zien
dat je te vertrouwen bent en dat hij niet op
zijn hoede hoeft te zijn voor jou. En heb er
bovenal vertrouwen in dat het allemaal goed
komt met jouw hond.
2.3 Rust
en stabiliteit in de eerste
weken
Echt heel belangrijk: Verwacht in het
begin nog helemaal niets van je hond. De ene
hond zal zich sneller herstellen en aanpassen
dan de andere hond, maar doe het de eerste
weken rustig aan. In het begin hoeft hij nog
niet naar zijn naam te luisteren of commando’s
te leren. Bouw alles langzaam op.
Geef je hond de eerste weken heel veel rust om
zijn indrukken te verwerken. Zet de mand of
(bij voorkeur) de bench in een prikkelarme
omgeving. Bijvoorbeeld in de woonkamer naast de
bank in een hoek, zodat de hond wel kan zien
wat er gebeurt, maar niet direct in de drukte
staat.
Laat de hond heel regelmatig slapen, of in
ieder geval tot rust komen in de bench. Neem in
dat geval in het begin zelf ook regelmatig een
time out, pak een boek of een tijdschrift en
nestel je naast de bench. Dit geeft de hond een
veilig en vertrouwd gevoel en daardoor kan hij
ook rustig gaan liggen.
|

|
Doe dit in ieder geval in de eerste paar
dagen. Ga vervolgens af en toe eens een poosje
weg bij de bench en kom weer terug en ga
zitten. Zo geef je je hond de zekerheid dat je
hem niet vergeet. Zie ook ons infoblad over
benchtraining.
Laat de eerste twee weken niet al te veel
visite komen die je nieuwe hond willen komen
bekijken. Dit geldt ook voor drukke kinderen en
andere honden. Geef je hond rust. Na die twee
weken kun je langzaam gaan beginnen om je hond
te wennen aan het leven van alle dag.
Binnen ongeveer 8 weken kun je zijn op het
niveau dat ook voor een 'normale' hond
geldt. Dan kun je langzaam aan gaan beginnen
met kleine stukjes training, bijvoorbeeld zit
en af. Belangrijk: Leg zeker de eerste weken
geen druk op de hond.
Wees niet bang om langzaam voorwaarts te
gaan, wees alleen bang om stil te
staan.
Stabiliteit
binnen
Voor de
duidelijkheid, voor de veiligheid en voor het
bevorderen van het hechtingsproces, is het voor
je hond in het begin belangrijk dat hij zich
niet door het hele huis kan bewegen. Laat hem
bij binnenkomst het hele huis onderzoeken, maar
beperk daarna zijn bewegingsvrijheid tot 1
hoogstens 2 kamers binnenshuis.
Liefst natuurlijk de woonkamer zodat de hond
niet het idee heeft dat hij buitengesloten
wordt. Daar staat zijn bench met een deken of
iets waarop hij kan liggen zodat hij een eigen
veilige plaats heeft. Daar krijgt hij zijn eten
en daar speelt hij.
En er staat een bak vers water die de hele dag
ter beschikking is. Zorg er bij voorkeur voor
dat dit een ruimte is waar je hond zo weinig
mogelijk prikkels krijgt. Dus geen ramen direct
naar de straat, geen ruimte waar de visite
direct binnen staat, dat soort
dingen.
|

|
Dit zorgt ervoor dat je hond
zich binnen snel veilig voelt en dat hij zich
kan concentreren op wat er binnen allemaal
gebeurt en daar ook aan kan wennen. Als hij ook
alles buiten in de gaten moet houden (door het
raam) zal zijn wereld waar hij aan moet wennen
een stuk groter zijn en zal hij constant nieuwe
prikkels krijgen.
Hierdoor raakt hij overprikkeld, met als gevolg
dat het langer duurt eer hij zich veilig voelt.
Hij krijgt te weinig rust om al zijn indrukken
te verwerken en hij krijgt geen tijd om goed
contact met zijn baasjes te maken, omdat hij
constant de omgeving in de gaten moet
houden.
Als je hond een
aantal weken bij je is en hij zoekt je
regelmatig op om oogcontact te maken, als hij
rustig gaat slapen en dan met name dromen (te
zien aan spiertrekkingen tijdens de slaap) in
de ruimte waar hij verblijft, dan is hij
ontspannen en kun je rustig aan de teugels gaan
laten vieren. Hou in de gaten dat hij zich
steeds veilig blijft voelen in de ruimte, dus
als hij meer ruimte krijgt dat hij dan nog
steeds ontspannen blijft slapen, spelen
etc.
Stabiliteit
buiten
Voor de stabiliteit,
veiligheid en geborgenheid van je hond is het
ook belangrijk dat je in de eerste weken geen
grote stukken met hem gaat lopen en vooral dat
je op "bekend" terrein blijft.
Een wandeling in de omgeving van het huis is
het beste, de eerste weken een prikkelarme
wandeling. Iedere keer dezelfde wandeling al
doe je dat vijf keer per dag, zodat hij op een
gegeven moment ieder grassprietje en ieder
zandkorreltje in de omgeving van het huis
kent.
Een wandeling van 10 minuten
per keer is voor de eerste paar weken ruim
voldoende. Je hond stopt op dit moment zoveel
energie in het verwerken van indrukken, het
leren kennen van de omgeving en het leren
kennen van de regels in huis. Daar kan hij ruim
voldoende zijn energie in
kwijt.
Pas als hij
buiten volledig ontspannen is, geen stress
vertoont als hij buiten is en geen geobsedeerd
gedrag vertoont voor iets, dan is hij toe aan
een grotere wandeling met meer prikkels. Bouw
dit langzaam op zodat hij niet overprikkeld
raakt.
Geef hem thuis steeds de gelegenheid na een
wandeling om zijn indrukken te verwerken door
hem in de bench te leggen.
|