|
Internationaal
vervoer van honden en
katten
Wilt u met uw huisdier gaan
reizen? Of wilt u een of meerdere dieren uit
een ander land naar Nederland halen? Wij
adviseren dan om nauwgezet de regels
daarvoor te volgen. Het niet opvolgen
hiervan kan (zeer) vervelende gevolgen
hebben, zoals hoge boetes tot zelfs
inbeslagname van het dier of de dieren.
Met name het vervoer over
de weg van 6 of meer dieren is aan zeer
strenge regels gebonden, waarbij bij lange
afstanden alle betrokkenen en hun personeel
een passende opleiding moeten hebben
gevolgd. Voor verdere details over
deze meervoudige transporten, lees
hier
verder.
In januari 2005 is
een nieuwe EU-Verordering aangenomen inzake de
bescherming van dieren tijdens het vervoer.
Deze is in januari 2007 officieel van kracht
geworden.
Er wordt onderscheid
gemaakt, tussen enerzijds vervoer t/m 5
dieren en anderzijds vervoer vanaf 6 dieren.
Dit laatste wordt als commercieel vervoer
gezien en is aan zeer strenge eisen
onderhevig.
Niet-commercieel vervoer
van honden
en katten
Het niet-commerciële vervoer van
honden, katten (en fretten) binnen de Europese
Unie moet voldoen aan de volgende veteriniare
regels:
- Huisdieren moeten
gemerkt zijn. In Nederland is de meest
gebruikte methode voor het merken van
dieren de microchip (elektronische
transponder) die vlak onder de huid
wordt aangebracht. Een goed leesbare
tatoeage wordt ook
(nog) geaccepteerd als
identificatie. Beide
identificatiemethoden worden
aangebracht door een dierenarts. Per
october 2004 is een EU-verordering in
werking getreden voor een
overgangsperiode van 8 jaar. Na oktober
2012 is een tatoeage niet meer
toegestaan. De chip moet voldoen aan de
ISO-norm 11784 of 11785. Als de chip
niet leesbaar is met een gangbare
reader, dan moet de eigenaar of de
natuurlijke persoon reizend met het
dier zelf een reader meenemen.
- Honden, katten en
fretten moeten tegen hondsdolheid
(rabies) worden gevaccineerd door een
bevoegde dierenarts, die in het
EU-dierenpaspoort moet verklaren dat
het dier een geldige rabiesvaccinatie
heeft gehad. De eerste vaccinatie is
geldig 21 dagen nadat het
vaccinatieprotocol is afgelopen.
- Honden, katten en
fretten moeten op reizen van de ene
Lidstaat naar de andere voorzien zijn
van een EU-dierenpaspoort. Het paspoort
dient de identificatie van het dier te
vermelden, naam en adres van de
eigenaar, en het bewijs dat het dier
een geldige vaccinatie tegen rabies
heeft gehad.
Honden, katten en fretten uit
niet-EU-landen
De
volgende regels gelden voor honden, katten en
fretten die de Europese Unie binnenkomen uit
niet-EU-landen (met uitzondering van het
Verenigd Koninkrijk, Ierland, Malta en
Zweden):
- De dieren moeten
een electronische transponder
(microchip) of een duidelijk leesbare
tatoeage hebben voor identificatie.
Zoals hierboven reeds aangegeven, is
een tatoeage na oktober 2012 niet meer
toegestaan.
- Honden, katten en
fretten die een EU-grens overschrijden
moeten vergezeld gaan van een
standaardcertificaat dat het dier
identificeert, naam en adres van de
eigenaar bevat en bevestigt dat het
dier is ingeënt tegen rabies.
De eerste vaccinatie is geldig 21
dagen na beëindiging van het
vaccinatieprotocol.
- Honden, katten en
fretten moeten tegen rabies zijn
gevaccineerd.
- Dieren die de
Europese Unie binnenkomen uit landen
die niet op de volgende lijst staan,
moeten een bloedtest ondergaan die
aangeeft dat het dier tegen rabies is
ingeënt. Het bloedonderzoek (door een
EU-gecertificeerd laboratorium en met
de juiste titer) moet tenminste drie
maanden voor binnenkomst in de EU
gedaan worden en moet een bevredigend
resultaat hebben.
|
|
De veterinaire
vereisten voor reizen
tussen de EU-landen zijn eveneens van
toepassing op binnenkomst van huisdieren
uit de volgende landen:
|
•
|
Noorwegen
|
•
|
Nederlandse Antillen
|
|
•
|
Zwitserland
|
•
|
Australië
|
|
•
|
IJsland
|
•
|
Aruba
|
|
•
|
Andorra
|
•
|
Barbados
|
|
•
|
Liechtenstein
|
•
|
Bahrein
|
|
•
|
Monaco
|
•
|
Bermuda
|
|
•
|
San
Marino
|
•
|
Canada
|
|
•
|
Vaticaanstad
|
•
|
Fiji
|
|
•
|
Ascension
|
•
|
Falklandeilanden
|
|
•
|
Antigua
en Barbuda
|
•
|
Kroatië
|
|
•
|
Japan
|
•
|
Jamaica
|
|
•
|
Saint
Kitts en Nevis
|
•
|
Singapore
|
|
•
|
Caymaneilanden
|
•
|
Sint
Helena
|
|
•
|
Montserrat
|
•
|
Saint
Vincent en de
Grenadines
|
|
•
|
Mauritius
|
•
|
Vanuatu
|
|
•
|
Nieuw-Caledonië
|
•
|
Wallis en Tutuna
|
|
•
|
Nieuw-Zeeland
|
•
|
Mayotte
|
|
•
|
Frans Polynesië
|
•
|
Verenigde Arabische Emiraten
|
|
•
|
Saint-Pierre
en Miquelon
|
•
|
Chili
|
|
•
|
Argentinië
|
•
|
Hong
Kong
|
|
•
|
Taiwan
|
•
|
Russische Federatie
|
En de overzeese gebieden van de
EU-lidstaten: Groenland, Faerǿer, Balearen,
Canarische eilanden (maar niet Ceuta en
Melilla), Frans Guyana, Guadeloupe, Martinique,
Réunion, Gibraltar, de Azoren, Madeira.
Speciale vereisten voor
toelating in
Nederland?
Nederland
stelt geen aanvullende veterinaire eisen
aan toelating van honden, katten en
fretten in Nederland voor
niet-commerciële doeleinden. De dieren
hoeven niet te worden behandeld voor
teken of lintworm. Jonge dieren onder de
drie maanden mogen Nederland binnenkomen
als de eigenaar kan bewijzen dat het dier
op dezelfde plaats heeft gewoond als waar
het geboren was en geen contact had met
dieren die met rabies geïnfecteerd zouden
kunnen zijn. Jonge dieren die nog niet
gespeend zijn en daarom de moeder
vergezellen mogen ook toegelaten worden.
Uitzondering: fretten uit derde landen
worden niet geaccepteerd, jonge honden en
katten uit derde landen die niet op
bovenvermelde lijst staan worden niet
toegelaten.
Dit betekent dus dat
honden onder de 3 maanden uit niet-EU
landen dus niet de EU binnenkomen. Een
hond kan pas tegen rabiës geënt worden
bij een leeftijd van 3 maanden.
Vervolgens kan de bloedtest worden
gedaan, waardoor een hond in een
dergelijk geval pas bij een leeftijd van
6 maanden de EU binnen mag
komen.
Vervoer van
honden en katten bij 6 of meer
dieren.
Indien er 6 of
meer dieren worden vervoerd, wordt dit als
commercieel vervoer gezien en valt dit onder de
richtlijnen van de EU-Verordering 1/2005 inzake
de bescherming van dieren tijdens het vervoer
en daarmee samenhangende activiteiten.
De
verordening breidt de verantwoordelijkheden
voor het dierenwelzijn uit tot alle personen
die bij het vervoer betrokken zijn, de
activiteiten voor en na het transport daarbij
inbegrepen. Al deze personen moeten tijdens de
activiteiten waarvoor zij verantwoordelijk
zijn, toezien op de naleving van de
wetgeving.
Dat geldt voor de vervoerders (waarop de
vorige wetgeving al van toepassing was), en nu
dus ook voor de organisatoren van het vervoer,
de bestuurders en de "houders van vervoerde
dieren".
Alle betrokkenen en hun personeel moeten een
passende opleiding hebben ontvangen. Met name
de bestuurders en verzorgers moeten in het
bezit zijn van een getuigschrift van
vakbekwaamheid, afgegeven door een door de
bevoegde autoriteiten erkende instantie, nadat
zij met goed gevolg een volledige opleiding op
het gebied van het welzijn van dieren tijdens
het vervoer doorlopen hebben en geslaagd zijn
voor een examen.
Deze richtlijn is van toepassing
op het vervoer van:
- als huisdier gehouden runderen,
schapen, geiten en varkens alsmede op
eenhoevigen (paarden, ezels, zebra's);
- pluimvee en als huisdier gehouden
vogels, konijnen, katten en honden;
- andere zoogdieren en vogels en andere
gewervelde dieren en koudbloedige
dieren.
Ze is niet van toepassing op het
vervoer:
- dat in het geheel geen handelskarakter
heeft en op elk afzonderlijk dier dat
vergezeld wordt door een natuurlijke
persoon die gedurende het vervoer
verantwoordelijk is voor het dier;
(noot redactie: aangezien er
voor adoptiehonden vrijwel altijd een
bedrag gevraagd wordt, is hier wel degelijk
sprake van een handelskarakter en er zijn
ook vrijwel altijd meer dieren bij zo'n
transport dan het aantal
begeleiders)
- van gezelschapshuisdieren die hun baas
gedurende een privéreis vergezellen;
(noot redactie:
ook hier kunnen transporteurs voor
adoptiedieren dus GEEN aanspraak op
maken)
- van dieren over een afstand van
maximaal 50 km;
Vergunningen
en controles
Voor alle transporten over meer dan 65
kilometer moeten de vervoerders in het bezit
zijn van een vergunning, afgegeven door de
bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij
gevestigd of vertegenwoordigd zijn. Om in het
bezit van deze vergunning te komen, moet de
aanvrager onder meer aantonen dat hij over
voldoende geschikte medewerkers, uitrusting en
werkmethoden beschikt.
Voor lange transporten (meer dan 8 uur) moet
de aanvrager tevens kunnen overleggen:
- specifieke documenten: getuigschriften
van vakbekwaamheid voor bestuurders en
verzorgers, certificaten van goedkeuring
van de te gebruiken vervoermiddelen,
informatie over de procedures aan de hand
waarvan de bewegingen van de voertuigen
kunnen worden nagegaan en geregistreerd,
plannen voor noodgevallen;
- het bewijs dat zij gebruik maken van
een satellietnavigatie-systeem, en wel met
ingang van 1 januari 2007 voor nieuwe
voertuigen en met ingang van 1 januari 2009
voor oude voertuigen.
Deze vergunningen zijn vijf jaar geldig. Zij
worden opgesteld volgens een geharmoniseerd
Europees model en in een voor alle lidstaten
toegankelijke elektronische gegevensbank
geregistreerd.
In geval van lange transporten door meer dan
een lidstaat moeten de vervoerders bovendien in
het bezit zijn van een journaal, dat volgens
een geharmoniseerd model door de organisator
van het vervoer is opgesteld en dat een aantal
gegevens over het transport bevat
(identificatie van de dieren en personen die er
verantwoordelijk voor zijn, plaats van vertrek
en bestemming, tijdens het vervoer verrichte
controles, enz.).
Door de bevoegde autoriteiten moeten op de
belangrijkste momenten van het transport
controles worden georganiseerd, met name op de
plaatsen van uitgang en de
grensinspectieposten. Verder kunnen in elk
stadium van het transport steekproeven of
gerichte controles worden verricht.
Daarbij moet de bevoegde autoriteit de
geldigheid van de vergunningen, de certificaten
van goedkeuring en getuigschriften van
vakbekwaamheid, en de gegevens in het journaal
controleren. De officiële dierenartsen moeten
eventueel controleren of de conditie van de
dieren goed genoeg is om hun reis voort te
zetten.
Technische
voorschriften voor het vervoer van
dieren
De verordening stelt strengere eisen aan
transporten van meer dan acht uur. Deze
voorschriften betreffen zowel de voertuigen als
de dieren.
Zo stelt de verordening een betere
uitrusting van de vervoermiddelen verplicht,
waaronder een temperatuurregeling (mechanische
ventilatie, temperatuurregistratie,
alarmsysteem in de bestuurderscabine),
permanente drinkwatervoorziening, enz.
Bepaalde dieren mogen niet worden vervoerd.
Dit verbod geldt voor zeer jonge dieren, tenzij
zij over minder dan 100 km worden vervoerd. De
verordening verbiedt ook het vervoer van dieren
in het laatste stadium van de dracht en dieren
die in de week ervoor geworpen hebben.
Voor elk van de onder de richtlijn
vallende soorten en naar gelang de wijze van
vervoer (over land, over zee, door de lucht)
zijn in de bijlagen bijzondere bepalingen
vastgesteld voor het vervoer. De
basisvoorwaarden inzake het welzijn van de
dieren hebben met name betrekking
op:
- de tussenpozen voor het drenken en
voederen, de beladingsdichtheid en de reis-
en rusttijden die naar gelang van de
diersoort verschillen;
- de aanwezigheid van een beschermend
dak, een slipvrije vloer, voldoende
strooisel om uitwerpselen te absorberen,
loopplanken met beschermende zijkanten bij
het in- en uitladen;
- de aanwezigheid van zijopeningen en van
voldoende ruimte binnen de container en
boven de dieren om voldoende ventilatie te
waarborgen;
- het ontbreken van scherpe uitsteeksels,
gaten, spleten en scheuren in de vloer van
de ruimte waarin de dieren zich
bevinden.
Alleen dieren die fit genoeg zijn, mogen
worden vervoerd, onder voorwaarden die elk
onnodig lijden voorkomen. Dieren die tijdens
het vervoer ziek worden of gewond raken moeten
zo spoedig mogelijk eerste hulp krijgen en zo
nodig moeten zij een noodslachting ondergaan
ten einde onnodig lijden te voorkomen.
Voor de officiële en volledige EU-teksten,
kijk op onderstaande websites:
http://europa.eu/legislation_summaries/food_safety/animal_welfare/f83007_nl.htm
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CONSLEG:2003R0998:20081122:NL:PDF
http://ec.europa.eu/food/animal/welfare/transport/index_en.htm
http://europa.eu/legislation_summaries/other/l12052_nl.htm
Hond mee op
vakantie
Voor een overzicht van de
(on)mogelijkheden om uw hond mee te kunnen
nemen voor een dagje uit naar een attractiepark
en tevens voor de eisen t.a.v. buitenlands
vervoer als privé-persoon, verwijzen wij naar
de website van www.dehondmagmee.nl
Voor meer informatie klik ook op
onderstaand logo.
|