|
6.
Kijken naar je
hond
Onze honden communiceren voortdurend met ons.
Zij vertellen ons continu hoe ze zich voelen,
wat zij willen, wat hen bang maakt, wat zij
leuk vinden.
Zij kunnen niet anders. Alleen hebben WIJ er
soms problemen mee om naar ze te luisteren en
te begrijpen wat ze ons vertellen. Hieronder
willen we je er iets over
vertellen.
Als je tegen dieren praat, zullen ze
ook tegen jou praten.
Waardoor je elkaar zult leren
kennen.
Als je niet tegen dieren praat, zullen
jullie elkaar niet leren
kennen.
Wat je niet kent, dat vrees
je.
Wat je vreest, dat benader je
agressief.
6.1 Lichaamstaal en
bijbehorend gedrag
Mensen communiceren voornamelijk via gesproken
taal. Wij zijn minder ingesteld op
lichaamstaal. Honden communiceren voornamelijk
via lichaamstaal en kunnen onze lichaamstaal
feilloos leren lezen en hier al even feilloos
er op inspelen.
We geven eerst een voorbeeld over hoe
lichaamstaal werkt. Hou in gedachten dat dit de
enige taal is die de hond kent en dan kun je je
misschien voorstellen waarom een hond niet
altijd doet wat je zegt.
Je zit in een kamer met mensen en je bent iets
aan het vertellen, maar niemand luistert naar
je.
Iemand zit met het tafelkleed te spelen, een
ander zit met een lepeltje te spelen wat op
tafel ligt en de derde doet weer iets anders.
Volgens jou is het een leuk verhaal en iedereen
zegt dat het een leuk verhaal is, maar met
lichaamstaal geeft eigenlijk iedereen aan dat
je moet stoppen met praten.
Als je het nog eens aan ze vraagt blijkt dat
iedereen je verhaal eigenlijk niet leuk vond.
Er is dus met het lichaam onbewust iets anders
aangegeven dan dat ze vertelden. En dat is de
reden dat er vaak miscommunicatie is tussen een
hond en een mens.
Je roept bijvoorbeeld je hond naar je toe, maar
je verwacht al dat hij niet gaat komen.
Onbewust zend je dat met lichaamstaal ook uit
naar je hond en je hond reageert op je
lichaamstaal door niet te komen.
Probeer het nu eens anders. Je roept je hond
naar je toe, je loopt weg en je verwacht gewoon
dat je hond achter je aan zal komen. En hij zal
dat ook doen, want jij geeft met je lichaam aan
dat hij moet komen en hij zal dus
komen.
Onderling communiceren honden voornamelijk via
lichaamstaal. Met hun hele lichaam geven honden
signalen af. Deze signalen hebben altijd een
betekenis. Als je deze signalen leert herkennen
dan zal het beter mogelijk worden om een hond
op te voeden of te heropvoeden en kunnen
gedragsproblemen worden
voorkomen.
Iedere prikkel die de hond via zijn zintuigen
ontvangt zullen veranderingen in zijn houding
en in zijn bewegingen teweeg brengen. Die
veranderingen zijn aan zijn hele lichaam waar
te nemen. De stand van de oren, het hoofd,
benen, staart, romp, de ogen. En let eens op de
neus van je hond, die beweegt continu heen en
weer.
Een hond of mens kan niet in zijn eentje
communiceren. Hij is dus altijd dominant of
onderdanig ten opzichte van die andere hond (of
mens). De afdelingschef is de baas (dominant)
over zijn secretaresse maar ondergeschikt
(onderdanig) aan de directeur.
Een en de zelfde persoon/hond kan dus eigenlijk
nooit alleen maar onderdanig of dominant zijn,
er is altijd wel iemand dominanter of
onderdaniger. Het kan ook per situatie
wisselen. Bijvoorbeeld de directeur in het
voorbeeld van net krijgt tennisles van de
afdelingssecretaresse, die is op dat moment dus
de baas. Met honden is het net
zo.
Een dominante houding:
Een hond die een dominante houding aanneemt
heeft zijn oren naar voren gericht, zijn staart
hoog en zijn hele lichaamshouding is naar voren
gericht.
Nu hoort er bij een dominante houding ook
dominant gedrag:
·
Fixeren (elkaar strak in de ogen kijken, dit
neigt al naar agressie)
·
Voorop gaan
·
Het initiatief nemen tot
contact
·
Bepalen wat er gebeurt (deze kant op baas, de
hond bepaalt: jij komt er hier niet in!)
·
Bepalen wanneer er iets gebeurt (nu aaien
baas!)
·
Opspringen tegen de baas (misschien kan ik je
wel omgooien)
·
Hoger willen zitten als de baas, hoge of
belangrijke plaatsen inpikken en als het niet
anders kan dan delen met de baas (bed, bank
etc.)
·
Aandacht trekken
·
Markeren (geurmerk achterlaten door middel van
urine; dit kunnen teven ook
doen!)
·
Vrije doorgang eisen (tuut, tuut hier kom ik
aan, aan de kant voor mij!)
·
Boven iemand gaan staan of hangen (met
autorijden lekker hard op de baas zijn schouder
hangen).
Een
onderdanige
houding:
Een hond die een onderdanige houding aanneemt
heeft zijn oren naar achteren gericht, zijn
staart laag (maar niet tussen de benen, want
dat betekent angst) en zijn hele
lichaamshouding is wat naar achteren
leunend.
Bij een onderdanig houding hoort ook onderdanig
gedrag:
·
Elkaar niet aankijken
·
Afwachten wat er gebeurt
·
Achter baas aan door de deur
·
Niet dringen bij het begroeten van
bezoek
·
Op je beurt wachten
·
Wachten tot er iemand met je wil
spelen
·
Als de baas bezoek binnen laat deze vriendelijk
verwelkomen
·
Geen overmatige aandacht vragen.
·
Eventueel op de rug gaan liggen of een
onderdanigheidsplasje doen of onder iemand
willen kruipen.
Onzekerheid:
Een onzekere hond zie je vaak van voren iets
anders doen dan van achteren. Bijvoorbeeld de
oren naar voren, maar de staart laag. Dit is
eigenlijk tegenstrijdig en hieruit blijkt
onzekerheid. Een andere manier om onzekerheid
te laten zien is het vertonen van kalmerende
signalen als gevolg van
stress.
Agressie:
Agressie uit zich door:
·
Fixeren
(door middel van fixeren de strijd al proberen
te winnen)
·
Grommen
· Lip
op trekken
· Happen
·
Bijten
Een dominante hond hoeft niet agressief te
zijn. Sterker nog, zijn lichaamstaal is zo
overduidelijk dat de andere honden niet
eens proberen om de macht over te
nemen.
Agressie is veelal een teken van
onzekerheid of soms dat twee honden even
onderdanig of dominant zijn, dan moet het
even uitgevochten worden.
Het zogenaamde 'borstelen'
(de haren op de rug overeind zetten) is een
teken van opwinding. Dit kan opwinding
uit angst zijn, van spanning, uit blijdschap of
uit agressie. Uit de lichaamshouding van
de 'borstelende' hond kan men opmaken
waarom hij borstelt.
De lichaamstaal en het bijbehorende gedrag
geven aan hoe een hond zich op dat moment voelt
ten opzichte van andere honden of mensen. Maar
honden gebruiken meer signalen. Daarover
hieronder meer.
6.2
Kalmerende signalen
De Noorse hondentrainster Turid Rugaas heeft
een erg leuk boekje geschreven over kalmerende
signalen bij de hond. Deze signalen zijn al
jaren bekend bij de wolf en worden omschreven
als signalen die agressie stoppen.
Ook honden gebruiken deze signalen, maar alleen
veel subtieler, niet zo intens als wolven dat
doen. Turid Rugaas noemde ze kalmerende
signalen, omdat ze preventief worden gebruikt.
Honden proberen namelijk altijd conflicten te
vermijden en gebruiken daarvoor de kalmerende
signalen. Dus bijvoorbeeld:
·
Als er dreiging uitgaat van mensen of andere
honden
·
Om spanning of angst bij andere honden of
mensen weg te nemen
·
Om verbaal geweld of ander onplezierig gedrag
te laten ophouden
·
Als de hond zich niet op zijn gemak
voelt
·
Bij stress
·
Om vriendschap te sluiten
De hondentaal kent ook dreigsignalen,
bijvoorbeeld tanden laten zien, grommen,
blaffen en uitvallen. Deze signalen moeten een
afschrikwekkende werking hebben. In eerste
instantie zal een hond kalmerende signalen
geven als de situatie hem niet
bevalt.
Krijgt de hond geen antwoord op deze signalen,
dan schakelt hij over op de dreigsignalen.
Bedreigende signalen zijn bedoeld om de afstand
tot mens of hond te vergroten. De kalmerende
signalen zijn er op gericht de afstand te
verkleinen, te ontspannen.
Honden gebruiken de kalmerende signalen
onderling, maar ook naar mensen toe. Een hond
geeft naar mensen toe in veel verschillende
situaties een kalmerend signaal af,
bijvoorbeeld bij:
·
Recht op de hond aflopen
·
Over de hond heen buigen
·
De hond niet met rust laten als hij behoefte
heeft aan rust
·
Dominant zijn in stem en gedrag ten opzichte
van de hond
·
Ruzie maken
·
Emoties
·
Wild spelen door kinderen
·
Je laat iets op de grond
vallen
Als je de kalmerende signalen kunt herkennen en
weet hoe deze worden gebruikt, dan kun je je
hond beter begrijpen en kun je ‘lezen’ wat hij
jou en zijn omgeving probeert duidelijk te
maken.
Dit zijn een aantal kalmerende signalen die je
honden kunt zien gebruiken:
Kop afwenden
De hond kan als er bijvoorbeeld een andere hond
of een mens te snel of in een rechte lijn op
hem af komt lopen zijn kop afwenden. Soms even
snel, maar soms ook wordt de kop overdreven
naar de zijkant gedraaid. Wordt ook gebruikt
als reaktie op een signaal van andere hond.
Vaak staat de hond helemaal stil, maar wendt
hij zijn kop af om je duidelijk te maken dat
hij zich niet op zijn gemak
voelt.
Wegdraaien
De zijkant of rug naar iemand toedraaien is een
sterk kalmerend signaal. Wegdraaien van je hond
is dus geen dominantie, maar een conflict
vermijdend (kalmerend) signaal. Dit signaal kun
je zelf ook gebruiken naar je hond toe als hij
erg opgewonden of blij is, als hij tegen je
opspringt, als een hond bang voor je is, of als
je zelf onzeker bent.
Gapen
Honden gapen vaker om een kalmerend signaal uit
te zenden dan omdat ze moe zijn. Bijvoorbeeld
als een hond opgewonden is vlak voordat je met
hem uitgaat, of bij de dierenarts, als je ruzie
maakt of tegen de kinderen
schreeuwt.
Neus likken
Een snelle beweging van de tong soms langs de
lippen, meestal helemaal tot aan de neus. De
hond gebruikt dit signaal vaak als hij een
andere hond tegenkomt. Ook als je over een hond
heen buigt, hem vastpakt, op strenge toon
toespreekt, enz.
Bevriezen
Een hond kan zich volkomen passief opstellen,
bevriezen, om een andere hond of mens te
kalmeren. Het kan worden afgegeven als twee
honden elkaar tegen komen. Maar ook als je je
hond bij je roept op een boze en agressieve
toon. Hij kan dan ter plekke bevriezen. Niet
omdat hij je niet heeft gehoord of dat hij
koppig of dominant wil zijn, maar puur om jouw
boosheid of agressie te kalmeren. Als je
vervolgens vriendelijk reageert en je
wegdraait, zal de hond bij je
komen.
Langzame bewegingen
Snelle bewegingen werken bedreigend, langzame
bewegingen hebben een kalmerend effect. Daarom
zal een hond in bepaalde situaties zijn tempo
aanpassen: iets langzamer, of trager bewegen of
volledig stilstaan. Bijvoorbeeld als je de hond
uitlaat aan de lijn. Plotseling gaat hij
langzaam lopen. Kijk dan of er iets (dier,
mens) in de buurt is waar je hond een kalmerend
signaal voor moet afgeven. Geef je hond de
ruimte om zijn kalmerende signalen ook te
geven. Of bijvoorbeeld als je je hond bij je
roept op een boze of geïrriteerde toon, je hond
te enthousiast aanmoedigt tijdens trainingen,
dan kan je hond langzamer gaan bewegen.
Opsplitsen
De hond gaat tussen twee andere honden of
mensen instaan als deze dicht bij elkaar in de
buurt komen en er spanning ontstaat.
Bijvoorbeeld als je een vreemde een hand geeft,
of je knuffelt met je partner.
Nog een aantal kalmerende signalen
zijn:
·
Poot opheffen
·
Snuffelen
·
Gebruik van de ogen
·
Kwispelen
·
De spelboog
·
Gaan zitten
·
Gaan liggen
·
In een bocht op iemand aflopen
Gebruik de kalmerende signalen ook als je een
andere hond tegenkomt. Wend je blik af in
plaats van de hond aan te staren, draai een
klein beetje weg in plaats van recht tegenover
de hond te gaan staan, loop in een bochtje op
de hond toe in plaats van recht op hem af en
verminder je tempo.
Over lichaamstaal bij honden is men
nooit uitgeleerd.
Hoe meer men ervan weet, hoe meer men
beseft hoe gecompliceerd het is en hoe
weinig men weet.
Het is best leuk om honden te observeren en te
kijken naar de signalen die ze afgeven. Als je
meer wilt lezen over de kalmerende signalen dan
kan dat in dit boekje:
Kalmerende Signalen
In gesprek met je hond
Van Turid Rugaas
ISBN-13-978-90-807584-4-5
19,95 euro, o.a. te bestellen bij www.dierenboeken.nl
|