|
Het
begint met educatie
Iedereen die zich
met dieren-in-nood bezig houdt is het erover eens, dat het allerbelangrijkste goede educatie zou
zijn.
Het valt ons
steeds weer op: als we met honden wandelen, dan zijn kinderen tot de leeftijd van ca. 8 jaar altijd
dol op de dieren. Zij lopen er meestal onbevangen naar toe en willen een hond graag
aaien.
Bij wat oudere
kinderen zie je echter vaak al wat meer terughoudendheid. Het zijn vaak de ouders en leerkrachten
in andere culturen en in andere landen, die hun kinderen voorhouden dat dieren 'onrein' zijn.
Hen wordt dan angst voor vooral zwerfdieren aangepraat. Hetgeen een spiraal van misverstanden
tussen mens en dier op gang brengt.
Als een (groter)
kind immers angstig een hond of kat benadert, zal het dier ook terughoudend reageren, hetgeen zo'n
kind dan als bevestiging kan ervaren dat dieren niet te vertrouwen
zijn.
Met een goede
gerichte en speelse educatie-methode kan heel veel bereikt worden. Wij denken dat dit
op verschillende leeftijden bij kinderen zou moeten plaatsvinden.
Wij als
Stichting Dierennood hebben hiervoor een 10- stappenplan samengesteld:
1. Inventariseren en verzamelen van
bestaande educatie-methoden;
2. Met behulp van deskundigen samenstellen van één
basis-methode die zo breed mogelijk bij kinderen zal aanslaan en zo effectief mogelijk
is;
3. Samenstellen van een brochure t.b.v. autoriteiten,
stichtingen en potentiële sponsoren, waarin het gehele plan wordt uitgewerkt en
wat er nodig is om dit te kunnen gaan uitvoeren.
4. Inzamelen
fondsen om het drukken van het voorlichtingsmateriaal (brochures, DVD's, websites,
e.d. voor kinderen, maar ook voor ouders en leerkrachten) mogelijk te maken. Dit
kan aangevraagd worden bij bestaande stichtingen in binnen- en buitenland. En tevens bij
ondernemingen die reclame kunnen maken in dit voorlichtingsmateriaal.
5. Overleg voeren met de desbetreffende personen bij de
Ministeries van Onderwijs en/of Buitenlandse Zaken, om hen te verzoeken of zij op hun beurt
hierover contact willen leggen met hun collega's in de diverse landen.
6. Selecteren van locale stichtingen en
asielen in deze landen. Met hen overleg voeren, om zo goed mogelijk inzicht te
krijgen in de nationale en misschien zelfs wel regionale situaties om tot de beste aanpak te komen
om de mentaliteit t.o.v. zwerfdieren te doen veranderen.
7. Samenstellen, produceren en het laten drukken van de
uiteindelijke folders, DVD's en websites met de voorlichtings-methode(s)
waarvoor gekozen wordt.
8. Werving vrijwilligers in diverse
landen om scholen met dit voorlichtings-materiaal te laten bezoeken. Vooralsnog alleen
bij scholen die zich hiervoor vrijwillig via hun Min. van Onderwijs inmiddels hebben
opgegeven.
9. Uitproberen van deze opzet en dit
vervolgens evalueren. Eventueel aanpassen van de opzet. Bijv. kijken of er een dier in de klas mee
zou kunnen gaan.
10. Definitief van start gaan in één of meerdere
landen. Zorgen voor zoveel mogelijk aandacht van locale en nationale media. Regelmatig overleg met
alle betrokkenen om eventueel tussentijds bij te sturen.
Wij komen graag in contact met deskundigen die ons hierover kunnen
adviseren en met ondernemingen die op internationale of nationale basis met ons willen samenwerken.
Condities en voorwaarden kunnen verder overlegd worden.
|