|
7.
Dominantiegedrag
In eerdere hoofdstukken hebben we al een en
ander verteld over dominantie bij honden. We
willen nog even dit stukje
herhalen:
Een hond of mens kan niet in zijn eentje
communiceren. Hij is dus altijd dominant of
onderdanig ten opzichte van die andere hond (of
mens).
De afdelingschef is de baas (dominant) over
zijn secretaresse maar ondergeschikt
(onderdanig) aan de directeur. Een en de zelfde
persoon/hond kan dus eigenlijk nooit alleen
maar onderdanig of dominant zijn, er is altijd
wel iemand dominanter of
onderdaniger.
Het kan ook per situatie wisselen. Bijvoorbeeld
de directeur in het voorbeeld van net krijgt
tennisles van de afdelingssecretaresse, die is
op dat moment dus de baas. Met honden is het
net zo.
Mensen met een hond die uitvalt naar andere
honden roepen soms: ‘Pas op ik heb een
dominante hond!’. Er zijn echter zelden honden
die alleen maar dominant zijn. Als dat het
geval is word die hond namelijk niet oud. Een
hond die altijd dominant is, is namelijk niet
te trainen. Zo’n hond accepteert geen
leiderschap van zijn baas. Gelukkig zijn de
meeste honden in sommige situaties dominant en
in andere helemaal niet.
Een hond die in een bepaalde situatie dominant
is, heeft geen agressie nodig. Zo’n hond is de
rust zelve en kan de boel manipuleren met zijn
lichaamstaal en lichaamshouding en misschien
een lichte grom als dreiging.
Als je een van nature meer dominante hond hebt,
dan hoeft dat geen probleem te zijn. Als je
duidelijk en consequent regels stelt en leiding
geeft aan je hond, dan kun je een fijne
huishond hebben.
Honden die dominant lijken en van daaruit
agressief reageren zijn meestal onzeker. Deze
honden staan vaak onder stress. Vaak is zo’n
hond dominant uit gebrek aan duidelijke regels
en leiderschap van zijn baas. Het kan ook zo
zijn dat twee honden even onderdanig of
dominant zijn en dat moet dan even uitgevochten
worden.
Bij een hond die dominanter is aangelegd,
kan dominantie misschien een reden zijn
waarom hij soms slecht luistert en een loopje
met je neemt. Dan kan het zijn dat je geen
duidelijke regels hebt gesteld en dat je hond
vindt dat je niet zo belangrijk bent dat hij
echt naar je moeten luisteren. Maar het is ook
waarschijnlijk dat er andere redenen zijn om
niet te luisteren zoals we in hoofdstuk 2
hebben verteld.
Door het toepassen van de basis omgangsregels
kun je het probleemgedrag vaak verminderen. Je
geeft je hond duidelijkheid, zodat hij weet
waar hij aan toe is. Zodat hij weet dat jij de
leiding hebt en dat hij ondergeschikt is aan
jou en naar je moet luisteren.
Daardoor gaat je hond zich zekerder voelen en
rustiger worden. Hij weet dan dat jij de
leiding neemt en alles zal regelen. Dat hoeft
hij niet meer te doen. Dit is een
algemeen uitgangspunt. Meer specifieke
oplossingen voor de problemen in jouw situatie
kan Jolanda één op één met je
bespreken.
Hieronder staan een paar situaties die je met
een hond die dominant gedrag vertoont kunt
tegenkomen:
·
Een hond die tegen je opspringt doet dit niet
omdat hij je lief vindt, hoe hard zijn staart
ook kwispelt. Een hond die tegen je opspringt
probeert hoger te komen dan jij bent of in
iedere geval hoger te komen dan alles wat op de
grond staat. Sta dit niet toe.
·
Een hond die oogcontact zoekt en vervolgens
gaat grommen wil letterlijk de strijd met je
aangaan. Ga er niet op in en hou je strak aan
de omgangsregels. Zorg ervoor dat je door het
toepassen van de omgangsregels boven de hond
komt te staan. (Een hond die onderdanig gedrag
vertoont zal zijn ogen afwenden en niet zijn
hele kop)
·
Als een hond gromt als hij speelt met andere
honden of met jou, dan is dat altijd fout. Ook
al lijkt het iets wat je hond gewoon altijd
doet als hij speelt.
Hier een
praktijkvoorbeeld van Jolanda: Ik dacht dat
mijn hond gewoon een tic had als hij ging
spelen met andere honden en daarbij gromde.
Door zijn grommen wilden andere honden niet
meer met hem spelen.
In eerste
instantie vond ik dat sneu voor mijn hond. Ik
dacht dat hij het spel hartstikke leuk vond,
want zijn staart kwispelde, hij was vrolijk en
dat grommen was meer spel dacht ik. Totdat een
andere hond op het moment dat hij ging grommen
niet weg ging, toen greep hij die
hond.
Bij
mijn andere hond was het zo dat hij tijdens de
training altijd ging grommen. Hij deed de
oefening wel en zelfs heel fanatiek, maar
altijd dat grommen erbij. En naarmate de
oefening langer duurde werd dat steeds
erger.
Totdat hij
me op een keer in mijn kuit pakte. Ik heb dat
nog verder onderzocht en ben tot de conclusie
gekomen dat honden die om welke reden dan ook
grommen, altijd foute boel is. Deze honden
moeten gecorrigeerd worden of in ieder geval
uit de situatie gehaald worden waarin ze
verkeren.
|