|
Waarom
buitenlandse honden welkom zijn in
Nederland
5 vaak
gestelde vragen, mèt onze
antwoorden:
1. Waarom een buitenlandse
hond? De asielen zitten hier al vol
genoeg.
Nee, dat is niet waar. De
asielen in ons land hebben gemiddeld zo'n 10
tot 15 honden beschikbaar voor adoptie. Een
hond zonder speciale gedragsproblemen hoeft in
ons land niet langer dan een paar weken te
wachten, om geadopteerd te worden.
In veel Zuid- en
Oost-Europese landen zijn er asielen waar vaak
vele honderden tot zelfs wel duizend (!) dieren
zitten, die dikwijls jarenlang opgesloten
zitten onder erbarmelijke omstandigheden. 'Vol'
blijkt dan een heel betrekkelijk begrip te
zijn, want in veel van die landen is vol pas
vol als er echt geen hond meer bijgepropt kan
worden.
2. Nemen
buitenlandse honden vaak ziektes
mee?
Nee, dat
is bij dieren die via betrouwbare stichtingen
worden gehaald, zeker niet het geval. Zij
zorgen ervoor dat de hond vóór vertrek alle
verplichte vaccinaties krijgt en wordt gechipt.
Zo'n dier krijgt dan een (Europees)
Dierenpaspoort mee. Vaak wordt zelfs ook nog
een (kostbare)proeftest gedaan om het dier te
testen op bepaalde ziektes. Bovendien wordt hij
of zij voor vertrek meestal nog gesteriliseerd
of gecastreerd. Of deze zorgvuldige behandeling
ook door alle hondenfokkers wordt gevolgd,
kunnen wij niet beoordelen.
3.
Zorgen buitenlandse honden niet voor nieuwe
ziektes?
Nee, ook dat is niet bewezen. De KNMvD
(Kon. Ned. Maatschappij voor Diergeneeskunde)
en het LICG (Landelijk InformatieCentrum voor
Gezelschapsdieren) stellen dat buitenlandse
honden verantwoordelijk zouden zijn voor
diverse 'nieuwe' ziektes. Er wordt gesproken
over rabiës en tekenziektes, zoals ehrlichiose
en babesiose.
Rabiës oftewel hondsdolheid is zelfs nog
nooit bij honden in ons land voorgekomen.
Bovendien moeten alle geïmporteerde honden
tegen rabiës gevaccineerd zijn. Maar ook bij de
tekenziektes is niet aangetoond dat deze
veroorzaakt worden door buitenlandse honden. De
klimaats-verandering lijkt hier een betere
verklaring voor te zijn. Bovendien vindt er
dikwijls in het buitenland bloedonderzoek
plaats, om behalve op bovengenoemde ziektes ook
op Leishmaniose te testen.
Trekvogels en vee in transporten in de
bio-industrie, lijken overigens eerder de
dragers te kunnen zijn van bijv. de
reticulusteken, die babesiose kunnen
veroorzaken.
Tenslotte merken wij nog op, dat deze
bovengenoemde tekenziektes op zich niet
besmettelijk lijken te zijn naar andere dieren
en eveneens niet naar mensen.
4. Zijn buitenlandse honden vaak sociaal
gestoord?
Nee, dat is zeker niet waar.
Integendeel, honden die via het circuit van
betrouwbare stichtingen naar ons land worden
gehaald, worden meestal als meer sociaal
ervaren, dan honden van bijv. fokkers. Immers,
honden die al een tijd in een dichtbevolkt
asiel in het buitenland hebben gezeten, hebben
meestal 'geleerd' om zich sociaal op te
stellen.
Ook zou het goed kunnen zijn, dat zij in
ons land het grote verschil ervaren, met de
plek waar zij eerst zaten en daar hun
nieuwe
adoptieouder(s) erg dankbaar voor zijn.
Bovendien werken veel stichtingen met
gastouders, waar een buitenlandse hond eerst
rustig kan wennen en beoordeeld wordt op zijn
sociaal gedrag naar bijv. (kleine) kinderen en
andere dieren. Daardoor kan een zo goed
mogelijke 'match' tussen mens en dier worden
gezocht.
5. Zijn er niet genoeg honden in ons
land?
Dat is relatief. In 2008 bevonden zich
in ons land ca. 2 miljoen honden. Dat betekent
dat er maandelijks door vele duizenden mensen
bewust naar een hond wordt gezocht.
Alleen al op Marktplaats staan gemiddeld zo'n
6.000 honden. Er is dus een enorme vraag en een
enorm aanbod. Is het dan zo erg als er door een
aantal stichtingen op een verantwoorde manier
enkele tientallen honden per maand naar
Nederland worden
gehaald?
|