|
Jonathan Foer: Nooit meer dieren
eten
Jonathan Foer
schreef een autobiografisch boek over vegetarisme en de vee-industrie met als titel: 'Dieren
eten'.
Na twee jaar veldwerk, waarbij hij de
bio-industrie - die (ook) hij liever de vee- of vlees-industrie noemt - van binnen en buiten
heeft bekeken, komt hij tot één conclusie: "Deze vlees-industrie is totale
misère'."
Tot enkele jaren geleden was Jonathan Safran Foer afwisselend vegetariër en vleeseter. Toen hij
echtgenoot en vader werd, stelde hij zichzelf de vraag: waarom eten we dieren? En zouden we ze ook
eten als we wisten hoe ze op ons bord terechtkomen?
In een briljante synthese van filosofie, literatuur, wetenschap en
undercoverjournalistiek onderzoekt Foer in Dieren eten
de verschillende verhalen die we onszelf vertellen om ons eetgedrag te rechtvaardigen en laat hij
zien hoe die verhalen onze onwetendheid in stand houden.
'99% van het vlees dat in de VS wordt gegeten, komt uit de
bio-industrie - een sector die in amper honderd jaar explosief is gegroeid en die de traditionele
boerderijen heeft gemarginaliseerd,' zegt Foer.
In zijn boek beschrijft hij hoe schaalvergroting en de nadruk
op efficiënte, genetische manipulatie en antibiotica in het voer tot norm zijn gemaakt.
Inmiddels levert veeteelt een grotere bijdrage aan het broeikaseffect
dan de transport-sector (!) en vormen de onhygiënische verwerking van vlees en het gebruik van
antibiotica een bedreiging voor de volksgezondheid. Jaarlijks worden 76 miljoen Amerikanen ziek van
'iets in het eten' en de kans op het uitbreken van een pandemie gebaseerd op het H5N1 virus is
aanzienlijk.
Undercover bracht hij verschillende bezoeken aan bedrijven
werkzaam in de bio-industrie. Zijn conclusies zijn duidelijk: 'Dierenmishandeling is de regel:
kippen worden vaak geslacht terwijl ze nog bij bewustzijn zijn en koeien worden soms levend
gevild.'
Wat hem tijdens zijn onderzoek nog het meest verbaasde, zegt Foer,
was de schaal. Vijftien miljoen dieren per jaar (dus vrijwel de gehele populatie van ons land) die
allemaal op precies dezelfde wijze worden gefokt: met tienduizenden opeengestapeld in kleine
ruimtes, niet in staat te bewegen. Het is totale misère en compleet gestandaardiseerd.
Zonder enig respect voor het levende wezen, dat toevallig niet als
mens, maar als dier werd geboren.
Een gemiddelde Amerikaan eet tijdens zijn leven 21.000 dieren,
waarvan 2.000 landdieren en 19.000 vissen. Dat is zo moeilijk te bevatten, dat hij niet eens meer
weet, of hij daar depressief kwaad van moet worden.
In de meeste Amerikaanse en West-Europese landen zullen ouders
boos worden op hun kinderen als die een hond of kat zouden schoppen. Omdat dat gewoon verkeerd is.
Waarom hebben diezelfde mensen dan meestal nog steeds niet door, dat het eten uit de bio-industrie
een legetimatie is, voor een gedrag dat nog veel erger is, dan het schoppen naar een
huisdier?
Maar de tijden lijken te veranderen. In Amerika - niet bepaald het
meest progessieve land wat eten betreft - valt dertig procent van de mensen in een groep die zich
vegetariër, soms vegetariër, of neigend naar vegetarisme noemt. Achttien procent van de studenten
geeft zelf aan vegetariër te zijn. Dat zijn wel de mensen die het over een paar jaar voor het
zeggen hebben.
Volgens Foer is dat een volstrekt logische ontwikkeling. De
voornaamste reden is dat veehouderij veranderd is, en mensen beginnen dat nu te beseffen. Vijftig
jaar geleden waren er nog veel familieboerderijen en was de schaal nog niet zo groot.
De wereld begint nu eindelijk door te krijgen, dat de
bio-industrie totaal niet duurzaam is. Het is zó slecht voor onze gezondheid en voor het milieu dat
het uiteindelijk wel móet ophouden.
Kortom een boek dat wij van harte kunnen aanbevelen:
Jonathan Safran Foer: 'Dieren eten' (vertaling Otto Biersma en
Onno Voorhoeve) wordt uitgegeven bij Ambo/Anthos, 256 p. Paperback € 19,95 en
gebonden € 24,95.
Liever per internet bestellen?

Stichting Dierennood zal vanaf nu niet meer spreken over de 'bio-industrie'. In plaats
daarvan gebruiken wij voortaan de nieuwe term 'vee-industrie'.
Veel mensen blijken namelijk niet te weten dat met bio-industrie grootschalige, zeer
dieronvriendelijke veehouderij bedoeld wordt, terwijl 'biologische veehouderij' juist
duidt op het tegenovergestelde: kleinschalige, diervriendelijke veehouderij.
Bovendien komt de afkorting 'bio' vaak voor. Wat de spreker of schrijver dan bedoelt
kun je slechts raden.
De introductie van de nieuwe term 'vee-industrie' is een afspraak van maar liefst 13
maatschappelijke organisaties, waaronder de Dierenbescherming, Varkens in Nood, Wakker
Dier en Milieudefensie. |
|