|
8.
Angst en
onzekerheid
8.1
Oorzaken en reacties
Angst bij honden kan verschillende oorzaken
hebben:
·
Het kan veroorzaakt worden door genetische
aanleg. Het kan daarbij ook zijn dat je
hond als jonge pup het angstige gedrag van zijn
moeder heeft geïmiteerd. Dit komt niet zo vaak
voor.
·
Vaker wordt angst veroorzaakt door een
slechte
inprenting en/of socialisatie in de
eerste 6 maanden van zijn leven. Dit kan er
toe leiden dat je hond angstig is geworden
(en zal blijven) voor allerlei situaties en
dingen waar hij geen kennis mee heeft kunnen
maken in de eerste maanden van zijn leven.
·
Een derde reden waarom honden angstig kunnen
zijn is door één of meerdere traumatische
ervaringen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan
een auto-ongeluk, een ernstig gevecht met een
andere hond of een al dan niet opzettelijke
mishandeling.
Een hond (en zeker een onzekere hond) zal als
hij angstig is reageren door proberen om te
vluchten.
Als dat niet lukt kan hij verstarren
(hij durft niet meer te bewegen) en kan hij
gaan dreigen en uitvallen
(angstagressie). Er zijn ook honden die uit
angst meteen agressie vertonen. Zij hebben
geleerd dat de aanval de beste verdediging
is.
Vluchten geeft je hond de illusie van
veiligheid. Hij denkt de situatie toch een
beetje in de hand te hebben. Vluchten houdt de
angst of paniek van je hond in stand. Hij zal
nooit leren om met de situatie om te gaan, maar
zal deze altijd blijven ontwijken. Je moet dus
voorkomen dat je hond kan vluchten door hem aan
de riem te houden. Op die manier geef je de
hond ook steun, omdat hij via de riem met je
verbonden is. Als een hond zich bedreigd voelt
en angstig is en hij kan niet vluchten, dan kan
hij gaan dreigen en uiteindelijk angstagressie
vertonen en uitvallen.
Een onzekere hond zie je vaak van voren iets
anders doen dan van achteren. Bijvoorbeeld de
oren naar voren, maar de staart laag. Dit is
eigenlijk tegenstrijdig en hieruit blijkt
onzekerheid. Een andere manier om onzekerheid
te laten zien is het vertonen van kalmerende
signalen als gevolg van stress.
8.2
Steunen,
beschermen, daadkrachtig zijn en
vrolijk.
Honden voelen dezelfde gevoelens van angst als
mensen. Maar anders dan mensen, zullen honden
ook altijd hun gevoelens van vrees en angst
uitten.
Angst negeren is
kortzichtig
Vaak wordt het advies gegeven om je hond
volledig te negeren als hij ergens bang voor
is, want als je aandacht geeft dan beloon je de
angst. Maar bij angst moet een hond steun
krijgen van zijn baas. Jij moet je als leider
opstellen (zoals aangegeven is in de eerste
omgangsregel) en je hond steunen en beschermen.
Als je hond op jou kan bouwen, dan zal hij jou
aanvaarden als leider en zal hij bij angst of
onraad naar jou toe komen. Als je zijn angsten
negeert, dan zal je hond als hij los is
bijvoorbeeld wegvluchten als er buiten iets
gebeurt.
Niet troosten bij angstig
gedrag.
Wat je nooit moet doen is je hond troosten als
hij bang is. Als je een hond troost, dan ziet
en hoort hij alleen dat
je vriendelijk en belonend klinkt. Je beloont
je hond dan onbedoeld voor zijn angstige
gedrag. En daarmee bevestig je dat dat het
gedrag is wat je graag van de hond wilt zien.
Belonen van gedrag leidt tot herhaling en
intensivering van dat gedrag. Je hond zal dus
steeds vaker en heftiger angstig gedrag laten
zien.
Wel vrolijk en kordaat
zijn.
Gedraag je kordaat en vrolijk wanneer je hond
bang is. Laat je hond zien dat jij zijn leider
bent en dat er geen enkele reden is om bang te
zijn. Loop vrolijk en zonder aarzeling gewoon
recht op "het gevaar" af. Op deze manier kun je
je hond helpen om over zijn angst heen te
komen. Neem een houding aan die uitstraalt "kom
op, stel je niet aan". En beloon je hond pas op
het moment dat hij besluit om ondanks zijn
angst toch maar met je mee te lopen. Wanneer je
op dat moment met je stem beloont, zorg er dan
voor dat je oprecht vrolijk klinkt en dus niet
geruststellend/troostend.
Spelen en belonen
Het is niet goed om een hond die al angstig
gedrag vertoont, af te leiden met iets lekkers
of een speeltje. Dan beloont je namelijk
precies het gedrag dat je niet wilt zien. En
gedrag dat beloond wordt zal zich steeds vaker
en heftiger herhalen. Wat je wel kunt proberen
is om het ontwikkelen van angstig gedrag vóór
te zijn.
Als jAls je hond bijvoorbeeld bang is voor
andere honden en je ziet in de verte een andere
hond aankomen, doe dan iets met je hond wat hij
heel leuk vindt. En doe dat vóórdat je hond
angstig of opgewonden wordt omdat er een andere
hond aankomt. Speel met hem met een balletje of
stok of laat hem simpele
gehoorzaamheidsoefeningetjes doen waarbij je
beloont met iets lekkers.
StopStop met spelen en belonen zodra je hond
toch angstig gedrag gaat vertonen. Loop kordaat
door en praat vrolijk tegen je hond. Begin weer
het spelen en belonen zodra je hond zich weer
'gedraagt'. Wanneer je dit consequent herhaalt
dan gaat je hond de komst van een andere hond
zien als de voorbode van iets leuks (spelen met
de baas) in plaats van als iets
bedreigends.
Zo kun je met de angst van je hond omgaan. Dus
niet zielig doen en niet troosten, maar
daadkrachtig en vrolijk optreden. Zoek een
strategie uit die bij jou en je hond past. Neem
je hond en zijn angst serieus. Steun en
bescherm je hond als dat nodig is, jij bent de
leider. Op die manier kun je een goede relatie
met je hond opbouwen.
8.3
Angstig
gedrag binnen
De meest voorkomende problemen die veroorzaakt
kunnen worden door angst zijn het bevuilen van
je huis, vernielzucht, ontsnappingsgedrag
(graven bij deuren en ramen), huilen en blaffen
en in het ergste geval kan de hond zichzelf
verwonden.
Als je een hond in huis krijgt die zich angstig
gedraagt, geef hem dan als eerste de
gelegenheid om zich op zijn gemak te gaan
voelen. Hij weet nog niet dat jij de leiding
hebt en dat hij ook werkelijk op jou kan
steunen. Dat moet hij allemaal
eerst
nog ervaren.
Laat je hond gewoon met rust als hij onder een
kast of een stoel is gekropen. Laat hem daar
maar zitten en rol af en toe eens iets lekkers
naar hem toe terwijl je vrolijk tegen hem
praat. Blijf daarbij op een goede afstand van
je hond.
Laat zijn halsband steeds om, zodat je alleen
zijn riem eraan hoeft te klikken als je hem
wilt gaan uitlaten. Neem je hond uitsluitend
mee naar buiten om hem zijn behoefte te laten
doen. Doe dit zo dicht mogelijk bij huis. Raak
je hond alleen aan om hem zijn riem om te doen,
maar aai hem niet.
Als hij zijn behoefte heeft gedaan, dan ga je
gelijk weer naar binnen. Laat hem steeds uit op
dezelfde plaats, zodat die plek in ieder geval
bekend wordt voor hem en hij zich daar kan
ontspannen en ontlasten. Binnen laat je hem
weer met rust en laat je hem desnoods weer
wegkruipen als hij dat wil.
Het stukje lekkers dat je iedere keer naar hem
toerolt, laat je iedere keer een klein stukje
verder bij hem vandaan terechtkomen. Ga ook een
aantal keren per dag op de grond zitten met een
boek of een tijdschrift terwijl je het lekkers
naar hem toerolt.
Zo kan je hond ervaren dat jouw aanwezigheid
geen bedreiging is. Rol het stukje lekkers op
een gegeven moment zo, dat het in de buurt van
jou blijft liggen. Als hij voorzichtig een
poging doet om het te komen halen, kijk dan
niet naar hem maar praat zachtjes maar wel
vrolijk tegen hem.
Het kan een tijdje duren maar op een gegeven
moment wint zijn nieuwsgierigheid het van zijn
angst en zal je hond bij je komen kijken. Praat
alleen rustig en vrolijk tegen hem en raak hem
niet aan. Laat hem maar kijken en laat hem maar
weer terugvluchten, hij zal steeds sneller en
langer naar je toekomen.
Let op!. Vanaf het moment dat je hond zich wat
vrijer door het huis gaat bewegen, ga je hem
ook meteen beperken in zijn privileges. Hoe dit
moet kun je terugvinden in de
omgangsregels.
Jolanda heeft al veel honden zien veranderen
van angstige, bange honden in dominante,
bijtende honden. De baasjes waren dan blij dat
hun hond eindelijk onder de tafel of stoel
vandaan kwam en de hond mocht vervolgens alles.
Dus let erop dat je je hond gewoon als hond
blijft behandelen en dat je hem niet gaat
vereren alsof hij een koning
is.
8.4
Angstig gedrag buiten
Als je hond binnen eenmaal over zijn angst heen
is en zich op zijn gemak voelt, dan kun je
buiten verder gaan. Wandel in het begin kleine
blokjes rondom je eigen straat en maak dat
blokje elke week een stukje groter. Zo leert je
hond zijn omgeving goed kennen.
Mocht hij onverhoopt ontsnappen en vluchten,
dan kan hij in ieder geval de weg naar huis
terugvinden. Het is een goed teken als je hond
achter je knie blijft lopen. Beloon hem
daarvoor, want dat is een teken dat hij jou als
zijn leider aanvaart.
Als je hond stopt met lopen, dan is er iets dat
zijn aandacht trekt of wat hij eng vindt. Zoek
dan uit waar hij naar kijkt. Het is nu het
handigste als je je hond aan een flexlijn of
lange lijn vast hebt. Als het een stilstaand
voorwerp is wat je hond eng vindt, loop er dan
zelf naar toe terwijl de flexlijn/lange lijn
uitrolt. Raak het voorwerp waar hij bang voor
is aan en praat ondertussen vrolijk tegen je
hond.
Moedig hem aan om ook eens te komen kijken en
iedere stap in de richting van het voorwerp is
een beloning waard. Mensen vinden het vaak
moeilijk om te praten tegen een hond en denken
dat andere mensen denken dat ze gek geworden
zijn.
Maar de mensen in je omgeving hebben niet te
maken met een angstige hond en waarschijnlijk
vinden ze het juist leuk dat je zo met je hond
bezig bent. Laat ze verder maar denken wat ze
willen.
Praat op vrolijke toon tegen je hond: "Vindt je
dit eng? Maar dat is helemaal niet eng. Zullen
we eens samen gaan kijken? Kijk ik loop er vast
naar toe. Zie je er gebeurt gewoon helemaal
niets."
Ga bij het voorwerp op je hurken zitten en rol
iets lekkers naar de hond toe en praat verder:
"Zie je wel, als je dichterbij komt gebeurt er
ook niets. Kom maar eens
kijken."
Ook nu zal op een gegeven moment zijn
nieuwsgierigheid het winnen van zijn angst en
zal je hond dichterbij komen. De eerste keer
doe je over een voorwerp misschien wel 3 dagen
voordat hij het echt durft gaan te bekijken.
Maar je zult zien dat je hond naarmate hij meer
vertrouwen krijgt in jou, hij ook steeds
sneller naar een voorwerp toe zal
komen.
Als hij bij het voorwerp is, dan ga je dat
natuurlijk uitgebreid met hem onderzoeken. Geef
er eens een klap op en beloon je hond meteen
daarna. Ook als hij schrikt. Doe dat nog een
paar keer zodat je hond weet dat hij beloont
wordt na het geluid en niet voor zijn
schrikreactie.
Door het op deze manier aan te pakken bouw je
aan een sterke band met je hond. Hij zal steeds
meer vertrouwen in je krijgen. Als jij iets
durft en je roept je hond, dan kan hij met een
gerust hart ook gaan kijken. Hij vertrouwt er
op den duur op dat jij voor hem beslist wat
goed voor hem is.
Dit heeft natuurlijk even tijd nodig. Want net
als bij mensen hebben honden tijd nodig om over
een traumatische ervaring heen te komen. Maar
laat je hond niet aan zijn lot over en probeer
hem te helpen over zijn angsten heen te komen
en het vertrouwen in jou te
krijgen
8.5
Een praktijkvoorbeeld
Hieronder vertelt Mariska hier iets over haar
ervaringen met haar spaanse hond
Rosita.
"In april 2006 kregen wij Rosita. Toen ze 5
weken bij ons was brak ze een voorpoot na een
frontale botsing met een labrador. Rosita heeft
4 maanden met een externe fixatie door haar
poot gelopen (4 pennen die aan de buitenkant
met elkaar verbonden waren door
stangetjes).
Ze mocht alleen even naar buiten om haar
behoefte te doen en verder moest ze rusten.
Nadat de pennen uit haar poot mochten, moest ze
nog 2 maanden rustig aan doen, omdat de gaten
in het bot moesten dichtgroeien (risico op een
nieuwe breuk).
Totaal is ze bijna 6 maanden uit de
roulatie geweest en heeft ze in die tijd amper
andere honden gezien. En als die er al waren,
dan joeg ik ze vaak weg als ze te druk
werden.
Al met al was ze nog niet goed bij ons
gewend en nog herstellende van haar leven in
Spanje, toen ze een traumatische ervaring kreeg
te verwerken en heeft ze 6 maanden bijna geen
vreemde honden gezien. Het resultaat was een
onzekere, bange hond die voor andere honden op
de vlucht ging als ze de kans
kreeg.
Als ik met de auto naar het bos reed, dan
zat ze bij aankomst te trillen in de auto. Ze
wilde er niet uit en ze ging voor de eerste de
beste hond op de vlucht en kwam niet bij me
terug. Vluchtgedrag is zelfbelonend, want het
lukt je om weg te komen van wat je eng vind.
Dus het vluchten moest ik zien te voorkomen en
ze moest leren dat andere honden niet eng
zijn.
Ik heb dit als volgt opgelost. Ik ben gedurende
zeker 4 weken een paar keer per week naar het
bos gegaan met Rosita aan een lange lijn van
zo’n
5 meter
. Ik liep al vrolijk pratend in een flink tempo
door terwijl ik regelmatig haar aandacht
probeerde vast te houden en haar voertjes
gaf.
Als we andere honden tegenkwamen dan liep ik
vrolijk pratend door, gaf geen aandacht aan de
andere hond en gaf Rosita een voertje als ze
aandacht voor mij had. Geleidelijk aan ging het
steeds beter.
Na een paar weken was ze na ongeveer een
kwartier van vrolijk praten zo ontspannen
geworden dat ik haar even los kon laten als er
niet teveel honden waren.
Ik heb het kunnen verbeteren tot het niveau
dat ze los kan als er niet teveel drukke honden
zijn. Honden die achter haar aan gaan en hele
drukke honden vind ze nog steeds doodeng en ze
zal dan vluchten als ze de kans
krijgt.
Maar omdat ze weet dat ik leuk ben en dat
ze bij mij voer en steun kan krijgen zal ze nu
met een grote bocht proberen terug te komen
naar mij (waarna ik haar een voertje geef en op
vrolijke toon beloon). Als er een hond ons
tegemoet komt, dan ga ik meteen vrolijk tegen
Rosita praten (ik zie dat ze daar meteen
positief op reageert).
Verder blijf ik vlak achter haar lopen en
‘duw’ haar (zonder haar aan te raken) als het
ware al pratend vooruit. Blijft ze toch stil
staan, dan blijf ik naast haar staan totdat de
andere hond bij ons is en ik praat tegen haar.
Dit geeft haar zoveel steun dat ze de moed
heeft om ook te blijven staan.
De reden waarom ik dit vertel is dat het
standaard advies vaak is om ongewenst gedrag te
negeren en gewenst gedrag te belonen, om zo het
belonen en dus stimuleren van ongewenst gedrag
te voorkomen. Maar angst en onzekerheid negeren
is een kortzichtig advies.
Een bange en onzekere hond moet je zoveel
mogelijk steun geven en proberen te begeleiden.
Niet troosten, maar wel steun en begeleiding
geven. Voor Rosita en mij werkt deze methode.
Een paar maanden geleden zijn Rosita en ik
gestart met doggydance. En ook dat heeft Rosita
weer meer zelfvertrouwen gegeven. Tijdens het
wandelen doen we leuke oefeningen en ik zie
haar groeien en sterker worden. Hondensport kan
een onzekere hond meer zelfvertrouwen
geven.
Rosita zal nooit een hond worden om lekker
los te gaan wandelen tussen veel vreemde
honden, maar haar angst is teruggebracht tot
een acceptabel niveau.
Een onzekere hond die een traumatische
ervaring heeft gehad (hier of in het
buitenland) kan met de juiste steun en
begeleiding steeds meer zelfvertrouwen krijgen,
ook al zal het misschien wel een zwak punt
blijven.
Als jij en je hond problemen hebben omdat
je hond onzeker en angstig is, dan kan Jolanda
een advies op maat geven. Mijn verhaal is om
aan te geven dat je een onzekere hond moet
steunen en op welke manier je dat maar kan
doen."
|